Deltaprogramma
De deltacommissaris is de regeringscommissaris die het Deltaprogramma moet opstellen, actualiseren en (doen) uitvoeren voor het kabinet. De eerste deltacommissaris is Wim Kuijken. Het Deltaprogramma gaat over de lange termijnveiligheid van ons land en de zoetwatervoorziening en vloeit voort uit het advies van de Commissie Veerman (2008). Het programma bevat maatregelen en voorzieningen voor de waterveiligheid en zoetwatervoorziening, inclusief de planning daarvan en een (globale) raming van de kosten. De in het Deltaprogramma opgenomen maatregelen worden waar mogelijk integraal uitgewerkt, dat wil zeggen dat bij het opstellen van het Deltaprogramma wordt gezocht naar samenhang met beleidsdoelen op andere beleidsterreinen, zoals natuur en ruimtelijke kwaliteit. De wereldwijde klimaatverandering vraagt om het nemen van ingrijpende maatregelen waarmee droge voeten en de zoetwatervoorziening voor langere termijn (ten minste tot het jaar 2100) zijn gegarandeerd.
Achtergrond
Het huidige beleid om Nederland te beschermen tegen overstromingen vindt zijn basis in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Na de watersnoodramp van 1953 is voortvarend gewerkt aan de veiligheid van ons land. Nog steeds is er sprake van achterstand in het bereiken van de afgesproken veiligheidsniveau’s. Bovendien zijn de omstandigheden in Nederland de laatste decennia sterk veranderd. De dijken moeten nu veiligheid bieden aan veel meer inwoners en daarbij komt dat de economische waarde van ons land vele malen groter is dan destijds. Daar komt bij dat de verwachte klimaatverandering nieuwe uitdagingen voor het waterbeheer in de nabije en verre toekomst met zich meebrengt. Er moet rekening worden gehouden met een verdere opwarming van de aarde en een stijging van de zeespiegel. De verwachting is dat ook de extremen in de rivierafvoeren (zeer hoge of zeer lage waterstanden) zullen toenemen. Hoge afvoeren en veel neerslag geven een grotere kans op wateroverlast en overstromingen. En de combinatie van zeespiegelstijging en droogte kan leiden tot verzilting en problemen met de zoetwatervoorziening. Al deze factoren vragen om een nieuwe visie en aanpak omtrent waterveiligheid en het waarborgen van voldoende zoetwater.
Het kabinet stelde in 2008 een commissie in, onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman. De Deltacommissie heeft aanbevelingen gedaan over de manier waarop ons land de komende eeuw de waterveiligheid moet verbeteren en de zoetwatervoorziening moet garanderen, rekening houdend met klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen. De wateropgave voor Nederland is niet acuut, maar wel urgent.
De aanbevelingen van de Deltacommissie hebben betrekking op het veiligheidsniveau van Nederland in algemene zin, op het bouwen op ongunstige locaties (plaatsen met een reële kans om onder te lopen), op de gebieden waar de grote opgaven liggen (Noordzeekust, Waddengebied, Zuidwestelijke Delta, Rivierengebied, Rijnmond en IJsselmeergebied) én op bestuurlijke, organisatorische en financiële aspecten.
De belangrijkste aanbeveling van de commissie was te komen tot de Deltawet. Deze is inmiddels ingediend maar moet nog door de Tweede Kamer in behandeling worden genomen. In de Deltawet zijn opgenomen:
- bepalingen over het Deltaprogramma;
- de rol, taken en bevoegdheden van de deltacommissaris;
- het deltafonds en de voeding ervan.
Relatie met Nationaal Waterplan
In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009-2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding.
Deltaprogramma
In het Nationaal Waterplan worden de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid vastgelegd. Het plan beslaat een periode van zes jaar. De maatregelen die opgenomen zijn in het Deltaprogramma dragen bij aan de verwezenlijking van het beleid dat is vastgelegd in het Nationaal Waterplan – voor de onderwerpen waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Waterveiligheid en zoetwatervoorziening zijn, zoals de Commissie Veerman in haar advies ook schetst, geen zaak van uitsluitend de komende jaren. Het zijn opgaven waarvoor ook op langere termijn (tot het jaar 2100) aandacht noodzakelijk blijft. Het Deltaprogramma kijkt dus verder dan een periode van zes jaar. Daarom voorziet het wetsvoorstel in de verplichting om in het Nationaal Waterplan ook een langetermijnvisie op te nemen op de gewenste ontwikkelingen in verband met de waterveiligheid en zoetwatervoorziening, met het oog op de verwachte klimaatverandering, sociaal-economische ontwikkelingen en veranderende maatschappelijke opvattingen.
Naar bovenDeltafonds
Om alle maatregelen en voorzieningen voor de waterveiligheid en zoetwatervoorziening te financieren, wordt een deltafonds in het leven geroepen. In het fonds worden opgenomen de uitgaven die het Rijk doet voor de aanleg, verbetering, beheer en onderhoud en bediening van waterstaatswerken met het oog op waterveiligheid en zoetwatervoorziening – en het daarmee verband houdende waterkwaliteitsbeheer. Ook de uitgaven voor de daarmee samenhangende basisinformatie en onderzoek vallen hieronder. Jaarlijks gaat er vanuit de algemene middelen budget naar het deltafonds, waarmee het Deltaprogramma kan worden uitgevoerd. Ook wordt bekeken of het fonds op andere manieren gevuld kan worden – bijvoorbeeld met gelden vanuit de Europese Unie.
Naar bovenDeltacommissaris
De deltacommissaris doet jaarlijks een voorstel voor het Deltaprogramma. Hij is zowel voor de inhoud van dit voorstel verantwoordelijk, als voor het proces van totstandkoming. De deltacommissaris functioneert als regeringscommissaris onder rechtstreekse verantwoordelijkheid van de coördinerend bewindspersoon. Dat is de minister van Verkeer en Waterstaat. De deltacommissaris is centraal in het bestuurlijke veld rond het Deltaprogramma gepositioneerd.
Het Deltaprogramma is veelomvattend en er zijn veel overheden en andere organisaties bij betrokken. De deltacommissaris heeft daarom nauw contact met de betrokken departementen en de waterschappen, provincies en gemeenten. De deltacommissaris heeft de bevoegdheid om, zo nodig, informatie op te kunnen vragen van andere overheden. Het gaat daarbij om informatie die in het kader van wettelijke informatieverplichtingen aan de betrokken ministers moet worden verschaft. Om de administratieve lasten niet te laten toenemen, maakt de deltacommissaris zoveel mogelijk gebruik van bestaande rapportages, informatiestromen en overlegstructuren tussen de betrokken overheden.
Het Deltaprogramma wordt besproken in de Ministeriële Stuurgroep, goedkeuring gebeurt in de Ministerraad. De minister-president is voorzitter van de Ministeriële Stuurgroep. Naast de minister van Verkeer en Waterstaat nemen de ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Financiën deel. De deltacommissaris neemt als deskundige met raadgevende stem deel aan de Ministeriële Stuurgroep. Het uiteindelijk door de Tweede Kamer goedgekeurde Deltaprogramma is het maatregelenpakket waar de deltacommissaris zijn inzet op richt. Op deze manier bepaalt de Tweede Kamer de reikwijdte van de werkzaamheden van de deltacommissaris.
De deltacommissaris zorgt ervoor dat het Deltaprogramma voortvarend wordt uitgevoerd. De deltacommissaris adviseert de coördinerend bewindspersoon met het oog op de verantwoordingsdag in de Tweede Kamer (jaarlijks op de derde woensdag in mei). Daarnaast kan de deltacommissaris zijn advies ook richten tot de Ministeriële Stuurgroep, tot individuele leden daarvan, of tot andere bestuurders.
Naar bovenDeelprogramma’s
Het Deltaprogramma bestaat uit negen deelprogramma’s. Drie daarvan gelden voor heel Nederland. De zes overige zijn deelprogramma’s die betrekking hebben op een bepaalde regio. Enkele van de leden van de Ministeriële Stuurgroep hebben een rol als trekker van een of meer deelprogramma’s van het Deltaprogramma. Dat betekent dat zij binnen de Ministeriële Stuurgroep als eerste verantwoordelijk zijn voor het betreffende deelprogramma.
De deelprogramma’s die voor heel Nederland gelden, zijn:
- Veiligheid
- Zoetwater
- Nieuwbouw en herstructurering
De gebiedsgerichte deelprogramma’s zijn:
- Rijnmond-Drechtsteden
- Zuidwestelijke delta
- IJsselmeergebied
- Rivieren
- Kust
- Waddengebied
