Achtergrond
Nederland is van oudsher verbonden met het water. We hebben een goed bestaan opgebouwd tussen de zee en de grote rivieren. Het water brengt welvaart en levendigheid, maar het kan ook onberekenbaar zijn en veel narigheid veroorzaken. Nederland is sinds de bouw van de Deltawerken de best beveiligde delta ter wereld. Daar mogen we trots op zijn. Maar alleen door te blijven investeren in onze delta, houden we de zekerheid dat wij en onze kinderen veilig in ons mooie land kunnen blijven wonen en werken. De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen, de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door. We moeten er bij de inrichting van ons land rekening mee houden dat er heviger buien voorkomen. Nattere perioden hebben ook effecten op de rivierafvoeren. Ook kan het ’s zomers juist droger worden, waardoor de zoetwatervoorziening in het geding is.
De bevolking is de afgelopen decennia flink gegroeid en de economische waarde van ons land is door de gestegen welvaart toegenomen. Een overstroming zou dus zowel menselijk als economisch grote schade veroorzaken. Anno 2010 is de bescherming van onze dijken en duinen gebaseerd op normen uit de jaren ’60 van de vorige eeuw. Toen leefden er veel minder mensen achter de dijken en hadden we in die gebieden veel minder geïnvesteerd en werd er veel minder verdiend. Het te beschermen belang was dus kleiner. Situaties als in 1953 (Watersnoodramp Zeeland/Zuid-Hollandse eilanden/West-Brabant) en in midden jaren ’90 (hoge rivierstand en evacuaties) willen we het liefst voorkomen en daaraan moeten we hard werken. Onze veiligheid moet op orde zijn, nu en voor de toekomst. Het is daarnaast belangrijk dat we een oplossing vinden voor mogelijke problemen met onze zoetwatervoorziening voor de toekomst. Een situatie zoals in 1976 en 2003, met veel schade door droogte, willen we voorkomen. Er is dus werk aan de delta en daarvoor is het Deltaplan nieuwe stijl bedoeld.
Het Deltaplan nieuwe stijl is zo ingericht dat we de huidige veiligheid op orde brengen en ons goed en tijdig voorbereiden op de toekomst. We moeten voorbereid zijn op de veranderingen in zeespiegel, het dalen van de bodem en mogelijk nattere én drogere perioden. Als de veranderingen sneller gaan dan we verwachten, hebben we de plannen klaarliggen, en als het langzamer gaat voeren we plannen niet eerder uit dan nodig.