Commissie Veerman
In 2007 heeft het kabinet een commissie ingesteld onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman. Deze Deltacommissie heeft aanbevelingen gedaan over de manier waarop ons land de komende eeuw de waterveiligheid moet verbeteren en de zoetwatervoorziening op orde moet houden, rekening houdend met klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens de commissie is de wateropgave voor Nederland niet acuut, maar wel urgent.
De belangrijkste aanbeveling van de commissie was te komen tot de Deltawet. De Deltawet regelt dat er een Deltaprogramma moet zijn om de veiligheid van Nederland voor hoogwater te garanderen en voor een goede zoetwatervoorziening te zorgen. De Deltawet vormt de wettelijke basis voor het Deltafonds waarmee de Deltawerken van de toekomst kunnen worden gefinancierd. En de wet regelt dat er een deltacommissaris wordt aangesteld. Deze moet ervoor zorgen dat er elk jaar een Deltaprogramma wordt opgesteld en wordt uitgevoerd en dat er over de voortgang wordt gerapporteerd. Het wetsvoorstel is 1 februari 2010 ingediend bij de Tweede Kamer. Op 20 juni 2011 is het wetsvoorstel door de Tweede Kamer behandeld, op 28 juni 2011 is het wetsvoorstel voor de Deltawet met algemene stemmen aanvaard. De Eerste Kamer heeft op 29 november 2011 de Deltawet met algemene stemmen aangenomen. Hiermee krijgen het Deltaprogramma, het Deltafonds en de deltacommissaris een wettelijke basis. De verwachting is dat de Deltawet per 1 januari 2012 van kracht wordt.
Het eerste Deltaprogramma (of Deltaplan nieuwe stijl) is op Prinsjesdag 2010 aan de Tweede Kamer aangeboden. Het is opgesteld met Hollandse nuchterheid en staat voor een veilige én flexibele aanpak. Het Deltaplan nieuwe stijl is gebaseerd op metingen en de KNMI (2006)-scenario’s (www.knmi.klimaat/klimaatscenario’s). De afgelopen eeuw is de zeespiegel gestegen en de bodem gedaald en het is warmer geworden. Dat zet door, blijkt uit de cijfers van het KNMI. We moeten er bij de inrichting van ons land rekening mee houden dat er heviger buien voorkomen. Ook kan het zomers droger worden, waardoor de zoetwatervoorziening in het geding is. Het Deltaplan nieuwe stijl bevat maatregelen om op korte termijn de veiligheid van onze delta op orde te krijgen. Zoals de programma’s Ruimte voor de Rivier, Maaswerken, dijkversterkingen en het versterken van zwakke schakels langs de kust. En er worden keuzes voorbereid voor de toekomst. Omdat we niet precies weten hoe de veranderingen gaan verlopen, is flexibiliteit een belangrijk element in de keuze van maatregelen. Een voorbeeld van zo’n flexibele maatregel zijn de zandsuppleties aan de kust. Op basis van de gemeten zeespiegelstijging wordt zand opgespoten. En als de zeespiegel sneller gaat stijgen, wordt meer zand opgespoten. De maatregelen die opgenomen zijn in het Deltaplan nieuwe stijl dragen bij aan de realisatie van het beleid dat is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (2009-2015). Ons land beschermen tegen water en zorgen voor voldoende zoet water zijn geen zaken voor de korte termijn. Het zijn opgaven waarvoor ook op langere termijn aandacht noodzakelijk blijft. Er blijft werk aan de Delta.
Het tweede Deltaprogramma (DP2012) is aangeboden op Prinsjesdag 2011 (20 september 2011).