Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Onderwerpen 
  3. Vraag en antwoord 
  4. Vraag en antwoord Deltaprogramma en deltacommissaris

Vraag en antwoord

Vraag en antwoord Deltaprogramma en deltacommissaris

Hier vindt u de meest gestelde vragen over het Deltaprogramma en de deltacommissaris. Door op een vraag te klikken krijgt u het antwoord.

1.Gaat de deltacommissaris nog wel door met zijn werk nu de Deltawet controversieel is verklaard?

Ja, de deltacommissaris is in november 2009 benoemd door het kabinet en functioneert op grond van een instellingsbesluit van de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat dat op 1 februari 2010 in de Staatscourant is gepubliceerd, met als belangrijkste taak de opdracht te zorgen dat er jaarlijks een Deltaprogramma komt en dat er voortgang wordt geboekt. De deltacommissaris is op verzoek van de Tweede Kamer al vooruitlopend op de behandeling van de Deltawet benoemd, om zo snel mogelijk met zijn werk te kunnen beginnen. Een eerste Deltaprogramma zal met Prinsjesdag verschijnen. De deltacommissaris kan en moet zorgen voor continuïteit voor het Deltaprogramma en zal daarom ook met zijn werk doorgaan, ondanks vertraging in de behandeling van de Deltawet

Naar boven

2. Wat gebeurt er met het Deltaprogramma en het Deltafonds nu de Deltawet controversieel is verklaard?

Zolang de Deltawet nog niet in werking is, is er geen wettelijke verplichting om jaarlijks een Deltaprogramma op te stellen en geen wettelijke basis voor de een Deltafonds.Het is niet acuut maar wel urgent om aan de veiligheid van ons land tegen overstromen te werken en de zoetwatervoorziening goed te regelen. Het werk aan onze delta is nooit af. De Deltawet zorgt voor continuïteit met een programma en financiering en zorgt er zo voor dat voorkomen kan worden dat het toch onverwacht acuut wordt.

Naar boven

3. Waarom is er een Deltaprogramma?

Nederland is een laaggelegen, welvarende en dichtbevolkte delta, die kwetsbaar is voor overstromingen. Als er iets gebeurt, zijn de gevolgen enorm. Honderden doden en tientallen miljarden schade en een ontwrichte maatschappij. Onze delta is te kostbaar om niet de benodigde maatregelen te treffen. We zijn in het verleden al een paar keer verrast doordat we onze veiligheid niet goed op orde hadden. Het deltaprogramma moet er voor zorgen dat we niet nog een keer verrast worden. 

De deltacommissaris is aangesteld om ervoor te zorgen dat de bescherming tegen het water (zee en rivieren) weer up to date wordt – en te zorgen dat we niet langer ‘onderverzekerd’ zijn. 

Naar boven

4. Waarom is het zo belangrijk dat er een Deltaprogramma komt?

Anno 2010 is de bescherming van onze dijken en duinen gebaseerd op normen uit de jaren ’60 van de vorige eeuw. Toen leefden er veel minder mensen achter de dijken en hadden we in die gebieden veel minder geïnvesteerd en werd er veel minder verdiend. Het te beschermen belang was dus kleiner. De situatie in 1953 (Watersnoodramp Zeeland/ Zuid Holland) en in midden jaren ’90 (hoge rivierstand en evacuaties) willen we het liefst voorkomen en daaraan moeten we hard werken. Onze veiligheid moet op orde zijn, nu en voor de toekomst, en daar is het Deltaprogramma voor bedoeld. 

Het is ook zorgen dat we een oplossing vinden voor mogelijke problemen met onze zoetwatervoorziening voor de toekomst en om te zorgen dat Nederland zich aan kan passen aan de gevolgen van klimaatverandering. Een situatie als in 1976 en 2003 met grote droogten willen we voorkomen omdat het veel schade oplevert. 

Het Deltaprogramma wordt zo ingericht dat we goed en tijdig voorbereid zijn op de effecten van de klimaatverandering in de loop van deze eeuw. Als het sneller gaat dan voorspeld wordt hebben we de plannen klaarliggen, en als het langzamer gaat voeren we plannen niet eerder uit dan nodig. Maar we willen ons niet laten verrassen.

Naar boven

5. Waarom is er een deltacommissaris ingesteld?

De deltacommissaris is een regeringscommissaris, waarvan de functie in de Deltawet is verankerd. Het wetsontwerp is op 1 februari 2010 bij de Tweede Kamer ingediend. De huidige deltacommissaris, de heer drs. Wim Kuijken, is voor 7 jaar benoemd. Vooruitlopend op de Deltawet is zijn functie vastgelegd in een Ministerieel Besluit (Besluit bestreffende de instelling van de deltacommissaris; d.d. 1 februari 2010; Staatscourant nr. 1574).Wim Kuijken is in november 2009 door de Ministerraad benoemd en is op verzoek van de Tweede Kamer eerder aangetreden (nog voor de goedkeuring van de Deltawet) om zo snel mogelijk met zijn werk te kunnen beginnen. Het Kabinet heeft hem de opdracht gegeven dat er een jaarlijks Deltaprogramma komt en er voortgang wordt geboekt. In deze functie zorgt hij voor de verbinding tussen ministeries, rijk en regio, overheden en maatschappelijke organisaties én voor de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het Deltaprogramma. Hij zorgt ervoor dat besluiten op het juiste moment worden genomen, zodat ons land op de lange termijn beschermd blijft tegen hoogwater en er voldoende zoetwater is in droge periodes. 

De deltacommissaris moet ervoor zorgen dat alle bij het Deltaprogramma betrokken partijen samenwerken om het deltaprogramma voortvarend te maken en uit te voeren. 

Naar boven

6. Op welke klimaatcijfers wordt het Deltaprogramma gebaseerd?

Als algemene basis voor waterbeheer in Nederland wordt uitgegaan van de KNMI scenario’s, aangevuld met het maximum scenario voor zeespiegelstijging dat de Deltacommissie in 2008 heeft geadviseerd. Dat maximum scenario is vooral bedoeld om te onderkennen waar je in het ergste geval rekening mee zou moeten houden. 

Omdat we niet precies weten hoe het klimaat echt gaat veranderen is flexibiliteit een belangrijk element in de keuze van maatregelen. In het algemeen geldt dat maatregelen die eenvoudig te versnellen of te vertragen zijn vanwege nieuwe inzichten (de klimaatverandering blijkt sneller of langzamer te gaan dan eerder aangenomen) de voorkeur hebben boven minder flexibele maatregelen. Een voorbeeld van zo’n type maatregel zijn de zandsuppleties aan de kust. Als de zeespiegel sneller stijgt, wordt meer zand gesuppleerd, maar als het wat minder snel gaat, is er ook minder zand nodig. 

De keuze van het scenario wordt ook beïnvloed door de tijd dat een waterwerk mee zal moeten gaan en de kosten van eventuele aanpassingen. Als een stormvloedkering 100 jaar mee moet kunnen gaan, dan is het verstandig om uit te gaan van het slechtste scenario, zodat je er van uit kan gaan dat die kering ook daadwerkelijk 100 jaar goed aan de eisen blijft voldoen. Of je kan de kering zo maken dat je hem makkelijk kan aanpassen aan de veranderde omstandigheden. We maken dus een flexibel Deltaprogramma waar we nu mee beginnen om voor de lange termijn de waterveiligheid en zoetwatervoorziening voor Nederland te waarborgen. We nemen echter de besluiten om veel geld voor de investeringen uit te geven niet, dan nadat het belang en de noodzaak daarvan goed is aangetoond.

Naar boven

7. Worden er nu geen beslissingen genomen/geld geïnvesteerd die niet nodig blijken te zijn omdat de klimaatverandering minder snel gaat dan verwacht?

De investeringen die de komende jaren worden gedaan, zijn gericht op het op orde krijgen van onze veiligheid. Dat is iets wat onafhankelijk van klimaatverandering absoluut noodzakelijk is. Verder wordt het Deltaprogramma juist zo ingericht dat we voorbereid zijn op de effecten van een verandering in het klimaat die onvoorspelbaar is. Als het sneller gaat dan voorspeld, zorgen we ervoor dat we de plannen al hebben klaarliggen. En, als het langzamer gaat, voeren we plannen niet eerder uit dan nodig. Maar we laten ons niet verrassen.

Naar boven

8. Zijn de veiligheidseisen voor Nederland niet absurd hoog? In andere landen zijn ze veel lager.

Nederland heeft de hoogste veiligheidseisen ter wereld om overstromingen te voorkomen. Die eisen zijn vastgesteld na de Watersnoodramp van 1953, waarbij meer dan 1800 mensen zijn overleden. Die eisen zijn niet voor niets zo hoog. Nederland is een dichtbevolkt land. Er wonen heel veel mensen achter de dijken en duinen in Nederland (ca. 9 miljoen) en er is een enorm geïnvesteerd vermogen (voorzichtige schatting €1500 miljard) in een gebied dat overstroombaar is als we ons niet goed verdedigen. De gevolgen van een te laag beschermingsniveau hebben we in Nederland in 1953 ervaren en vele andere keren bij overstromingen daarvoor. Een hoog beschermingsniveau is geen luxe maar noodzaak voor Nederland, dat geld ook voor het rivierengebied.

Naar boven

9. Op welke manier wordt er in het Deltaprogramma met andere overheden samengewerkt?

Het Deltaprogramma is een nationaal programma van rijk en regio met inbreng van bedrijfsleven, burgers en maatschappelijke organisaties. Het rijk kan niet zonder de regio en andersom. Waterschappen zijn bijvoorbeeld essentieel voor de uitvoering van het (regionaal) waterbeheer en het beheer en onderhoud van onze dijken en duinen. Provincies zijn belangrijk voor de ruimtelijke ordening en gemeenten voor het stedelijk waterbeheer. Daarom werken in de programmaorganisaties rijk en regio samen. In regionale stuurgroepen worden de gezamenlijk beslissingen voorbereid.

Naar boven

10. En wat is daar eigenlijk het voordeel van?

Het Deltaprogramma staat voor een 'hoogwater'-veilig Nederland en een goede zoetwatervoorziening. Het gaat ons allemaal aan. Het watersysteem in Nederland is een samenhangend systeem. Het programma moet voortvarend en zoveel mogelijk integraal worden uitgevoerd. Integraal betekent dat zoveel als mogelijk bij de uitvoering van maatregelen voor het Deltaprogramma alle belangrijke onderwerpen worden meegenomen, zoals natuur, economie en ruimtelijke kwaliteit. Zowel voor de uitvoering als voor het zoeken naar de belangrijke onderwerpen is regionale gebiedskennis en -kunde onmisbaar. Bovendien moeten ruimtelijke maatregelen in gemeenten en provincies worden geëffectueerd.

Naar boven

11. Er wordt samengewerkt met allerlei overheden maar hoe kunnen burgers meedenken/meepraten over het Deltaprogramma?

Burgers kunnen op verschillende momenten meedenken en meepraten over het Deltaprogramma. Zoals tijdens consultatierondes waarbij ideeën over vraagstukken binnen het Deltaprogramma ingebracht kunnen worden en via een toets over bijvoorbeeld een ontwerpbesluit. Deze toets is het formele sluitstuk van participatie en biedt de burger de mogelijkheid om zienswijzen in te dienen (cf. 3.4 Algemene Wet bestuursrecht). Daarnaast kunnen burgers in gemeenten of provincies actief zijn in de participatie bij onderdelen van het Deltaprogramma die bij die overheden aan de orde zijn. Verder is er een website van de deltacommissaris en het Deltaprogramma, waar burgers hun betrokkenheid kunnen laten zien.

Naar boven

12. Wat is het voordeel van het instellen van een Deltafonds?

In de Deltawet, aanhangig in de Tweede Kamer, is vastgelegd dat er een Deltafonds komt. Dit fonds bevat de begrotingsmiddelen voor het Deltaprogramma. Het fonds biedt continuïteit en zekerheid over beschikbare middelen zodat je maatregelen ook op de lange termijn kan plannen en zeker weet dat je ze kan uitvoeren als dat nodig is. Dat is nodig want het werk aan onze delta is nooit af. Vanaf het moment dat het Deltafonds wordt ingericht zullen de huidige middelen voor waterveiligheid in dat fonds worden ingebracht. Na 2020 wordt tenminste 1 miljard euro per jaar toegevoegd met oog op de financiering van de maatregelen waar dan over wordt besloten en die nu worden voorbereid.

Naar boven

13. Waarom wordt er pas vanaf 2020 minstens 1 miljard per jaar in het Deltafonds gestort?

Dat is een afspraak die door het kabinet Balkenende IV in het aanvullend beleidsakkoord is gemaakt. Tot 2020 worden de bestaande budgetten gebruikt.

Naar boven

14. Hoe passen de lopende programma's zoals Ruimte voor de Rivier en Zwakke Schakels in het Deltaprogramma?

Deze programma’s lopen gewoon door zoals gepland maar dan als onderdeel van het Deltaprogramma. Waar nodig zal de deltacommissaris eventuele knelpunten helpen oplossen.

Naar boven

15. Klopt het dat de deltacommissaris in een interview met PZC heeft gezegd dat de procedure rondom de Ontwikkelingsschets 2010 voor het Schelde-estuarium niet deugde?

Nee, dit klopt niet. De deltacommissaris heeft in het interview met de journalist twee voorbeelden gegeven waar we van moeten en kunnen leren, als het gaat om ruimtelijke plannen in relatie tot water. Het eerste voorbeeld is de Wadden, waar in de discussie over de gasboringen met alle partijen uiteindelijk een acceptabele lijn is gevonden. Het tweede is het 'Kierbesluit Haringvlietsluizen', waar te laat in contact is getreden met de direct betrokkenen. Dat laatste gebeurt nu alsnog. De journalist heeft vervolgens zelf de conclusie getrokken dat het proces (dus) bij de Ontwikkelingsschets Westerschelde 2010 niet 'deugde'. De deltacommissaris heeft hier helemaal geen oordeel over uitgesproken, omdat hij niet bij het proces betrokken is geweest en het besluit al was genomen.

Naar boven
Kust