Ga naar hoofdmenu / zoekveld

  1. Home 
  2. Organisatie 
  3. Deelprogramma's 
  4. Nieuwbouw en herstructurering 
  5. Interview Stuurgroeplid burgemeester Heidema 
  6. 'Je kunt elkaar versterken'

Interview met Andries Heidema, lid stuurgroep deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering

'Je kunt elkaar versterken'

De burgemeester van Deventer, Andries Heidema, is een van de stuurgroepleden van het deelprogramma Nieuwbouw en Herstructurering (DPNH). Hij houdt zich al jarenlang bezig met de thema's water en ruimtelijke ordening. Een interview.

Na zijn studie Cultuurtechniek in Wageningen, ging hij aan de slag bij het ministerie van VROM, bij de Rijksplanologische dienst. Water was op dat moment nog niet zijn belangrijkste aandachtsterrein, maar speelde zeker een rol bij de gebiedsgerichte projecten waaraan hij meewerkte. 

Inmiddels is Heidema al veertien jaar bestuurder. Dat begon als wethouder in Zoetermeer, waar hij water en milieu in zijn portefeuille had. Tegelijkertijd werd hij bestuurslid van een waterschap. Op dat moment kwam de discussie op gang of water volgend of meesturend is bij ruimtelijke beslissingen. Heidema: 'De conclusie was dat water toch echt meesturend moet zijn. Dat was destijds redelijk nieuw. Het idee kwam toen ook op dat we natuurlijk voor een groot deel onder de zeespiegel blijven wonen, maar dat er misschien locaties zijn waar het wel heel onhandig is om woonhuizen naar te zetten, omdat het echt het putje is.'   

Samenwerken

'Water, waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit hebben veel met elkaar te maken', zegt Heidema. 'Als je voor waterveiligheid meent te kunnen volstaan met een dijk verleggen of een waterkunstwerk aanleggen, dan heb je oogkleppen op. Ingrepen voor waterveiligheid hebben consequenties voor de kwaliteit van het gebied waar je woont en leeft. Je zult water moeten verbinden aan de bredere ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. En als je dat doet, heb je natuurlijk te maken met veel betrokken partijen. Per deelbesluit is het duidelijk wie waarover gaat. Als het bijvoorbeeld gaat over het bouwen van een woonwijk, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de betreffende gemeente. Gaat het over het beheer van een dijklichaam, dan is dat het waterschap. Zijn het gemeentegrens-overschrijdende zaken, dan is het in principe de regio of de provincie die de beslissingen neemt. De taak van de rijksoverheid is ondermeer het vaststellen van normen in het kader van veiligheid. De verantwoordelijkheden zijn wel duidelijk, maar alles hangt samen. Dat betekent ook dat je tot elkaar bent veroordeeld.' 'Maar', zegt Heidema, 'je kunt dat natuurlijk ook positief insteken, want je kunt elkaar versterken.'

'Ik ben zeer te spreken over de samenwerking bij "Ruimte voor de rivier". Dat kan een inspiratiebron zijn voor het Deltaprogramma. Voor mijn gevoel ligt daar de sleutel tot succes. De Rijksoverheid slaat een aantal piketpalen en reikt de gereedschappen aan. Het is vervolgens aan de regio's om plannen uit te werken. Uiteraard zijn er risico's aan verbonden als je met zoveel partners te maken hebt. Behalve met de verschillende overheden heb je natuurlijk ook nog te maken met andere partijen. Om tot een goed besluit te komen moeten al die partijen geven en nemen, omdat je werkt vanuit een gezamenlijk belang. Dan is het belangrijk dat na verloop van tijd zaken die al vastliggen niet weer ter discussie worden gesteld. Soms veranderen echter de omstandigheden. Zoals bijvoorbeeld in Zutphen, aan de IJsselsprong. Daarin werd het verbreden van de rivier gekoppeld aan een woningbouwprogramma en het investeren in natuur en landschap. Prachtig verhaal. Vervolgens komt de economische crisis en dondert de woningmarkt in, waardoor die nieuwbouwwijk er de komende jaren niet gaat komen. Dat heeft gevolgen voor alle afspraken die er lagen en dus voor het hele plan. De samenwerking is goed. Maar de complexiteit van de afspraken maakt het geheel kwetsbaarder. De werkelijkheid is ingewikkeld, daar ontkom je niet aan.'

Stimuleren of reguleren

'Een van de onderwerpen van DPNH is de klimaatbestendige stad. Enerzijds onderzoeken we de gereedschappen die er zijn. Welke maatregelen zijn mogelijk en wat is de effectiviteit daarvan? Vervolgens moeten we beslissen in hoeverre we willen sturen en in hoeverre we ons beperken tot inspireren en aanreiken. Op dit moment liggen alle variabelen nog open. Belangrijk is bewustwording bij bestuurders. Het is een thema waar we in toenemende mate mee te maken krijgen. Als je daar nu bij je plannen rekening mee houdt, dan kun je zonder, of tegen zeer beperkte meerkosten, bepaalde problematiek voor zijn.'  

'In Deventer speelt vooral het thema wateroverlast. Vorig jaar nog zagen we het water van de IJssel over de kade stromen en de huizen aan de rand van de rivier nat worden. Dat zorgt voor bewustzijn. De mensen in de steden en dorpen langs rivieren zien met eigen ogen die rivier stijgen. Wateroverlast staat overigens bij veel gemeenten wel op de agenda. Rioolsystemen lopen tegen hun grenzen aan. Een thema als hittestress is daarentegen voor veel gemeenten een nieuw onderwerp. Door slim ontwerpen kun je natuurlijke verkoeling in een stad realiseren. Naast nieuwe woonwijken, wordt in een gemeente ook veel gereconstrueerd. Er worden wijken op de schop genomen, de openbare ruimte wordt heringericht. Daar liggen veel kansen.'

Beperken van schade

'Daarnaast kijkt DPNH naar mogelijkheden binnen de ruimtelijke inrichting die voor schadebeperking kunnen zorgen. Nederland is de veiligste delta ter wereld, maar garanderen dat we nooit natte voeten krijgen is onmogelijk. Daarom is het goed te kijken naar die mogelijkheden tot schadebeperking. Dat kan bijvoorbeeld door het water dat bij een onverhoopte dijkdoorbraak binnenkomt, zo te sturen dat het niet meteen het dorp of de stad inloopt. Ook het opstellen van goede evacuatieplannen maakt daar onderdeel vanuit. Natuurlijk moet je primair proberen de basisveiligheid te garanderen. Maar er zijn situaties waarbij dat draconische gevolgen heeft, omdat je bijvoorbeeld een deel van een historisch centrum plat zou moeten gooien om een dijk te kunnen verhogen. Dan moet je kijken naar mogelijke varianten. Die gaan wij in kaart brengen en samen met de regio’s verkennen op consequenties en toepasbaarheid.'

nieuwbouw