Zoetwater
Hoe kunnen we zorgen voor voldoende zoetwater op de juiste plek, op het juiste moment en van de juiste kwaliteit? De vraag naar zoetwater neemt toe, bijvoorbeeld vanuit de land- en tuinbouw en de industrie. Door de bevolkingsgroei gebruiken burgers ook steeds meer zoet water. Tegelijkertijd kan door klimaatverandering het aanbod van zoetwater afnemen. Het deelprogramma Zoetwater neemt het beleid onder de loep en brengt problemen en mogelijke oplossingen in kaart.
Meer en grotere knelpunten in zoetwatervoorziening in 2050?
Als eerste stap zijn vraag naar en aanbod van zoetwater voor nu en in de toekomst in kaart gebracht. De analyse laat zien dat de gevolgen voor de zoetwatervoorziening in 2050 – op basis van de deltascenario’s met snelle klimaatverandering – verschillen per regio:
- In het IJsselmeergebied kan een aanpassing in het peilbeheer nodig zijn om te voorkomen dat eens in de tien jaar een watertekort ontstaat;
- In de kustprovincies waar verzilting kan optreden, kan in een droog jaar voor lange periodes geen water van de gewenste kwaliteit worden ingelaten, met name bij Gouda;
- In gebieden die afhankelijk zijn van de aanvoer van rivieren, kunnen in een gemiddeld jaar al knelpunten optreden met peilhandhaving, waterkwaliteit en inlaat van water voor het regionale watersysteem;
- Op de hoge zandgronden waar geen wateraanvoer van buitenaf is, kunnen in een gemiddeld jaar knelpunten optreden, onder andere door te weinig vocht in de bodem en daling van de grondwaterstand;
- In een droog jaar kan de ongestoorde levering van koelwater voor energievoorziening en van drinkwater in een groot deel van Nederland onder druk komen te staan. Dit kan onomkeerbare schade aan natuur en schade aan infrastructuur veroorzaken. In het gebied dat water krijgt vanuit het IJsselmeer kunnen deze knelpunten alleen in een extreem droog jaar gaan spelen. Als er meer knelpunten gaan optreden, kan de schade aan de economie fors toenemen.
De toekomstige opgave
Een duurzame zoetwatervoorziening is van levensbelang. Ons huidige zoetwaterbeleid blijkt tegen zijn grenzen aan te lopen. De droogteperiodes in 2003 en het voorjaar van 2011 hebben laten zien dat dit geen theorie is, maar de reële praktijk. Dit alles is aanleiding om naar de doelmatigheid van het watersysteem en het gebruik van water te kijken. Het systeem moet flexibeler en efficiënter worden ingericht en het water moet efficiënter worden gebruikt.
Voor de korte termijn kijkt het deelprogramma Zoetwater naar maatregelen als het extra vasthouden van zoetwater in het winterhalfjaar, het gebruik maken van extra aanvoerroutes en de optimalisatie van watergebruik. Voor de lange termijn is een fundamentelere aanpak nodig om het wateraanbod te vergroten en de watervraag te beperken. Vragen daarbij zijn bijvoorbeeld:
> Hoeveel water leveren we straks nog en tegen welke prijs?
> Welke verantwoordelijkheid heeft de gebruiker?
De uitdaging is om doelen te formuleren voor een duurzame en doelmatige zoetwatervoorziening. Daarbij wordt ook gekeken naar afspraken met omringende landen.
Tot medio 2012 richten we ons op het formuleren van doelen en het verkennen van mogelijke strategieën. Tot medio 2013 worden kansrijke strategieën, maatregelen en instrumenten uitgewerkt. Dit alles moet in 2014 leiden tot een deltabeslissing over de nieuwe voorkeursstrategie voor zoetwater.
Het deelprogramma Zoetwater wordt getrokken door het ministerie van Infrastructuur en Milieu.
Samenvattingen plannen van aanpak deelprogramma’s Deltaprogramma
De deelprogramma’s van het Deltaprogramma hebben een plan van aanpak gemaakt waarin staat welke plannen en beslissingen de komende tijd worden voorbereid. Hier vindt u een samenvatting van het plan van aanpak van het deelprogramma Zoetwater.
Meer informatie
Meer informatie