Deltaprogramma 2018

Het achtste Deltaprogramma (DP2018) is op Prinsjesdag 2017 aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds. In de online-versie van het achtste Deltaprogramma (alternatief: PDF) staat de voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta centraal: de (wettelijke) uitwerking en de uitvoering van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën.

Van beleidsontwikkeling naar uitvoering

De deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting. Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering.

Overstromingsrisicobenadering

De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook heeft hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voorgesteld, deze zijn inmiddels in de wet verankerd. De gewijzigde Waterwet met de nieuwe normen is op 1 januari 2017 in werking getreden. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen geldt een hoger beschermingsniveau: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen.

Meerlaagsveiligheid

De waterveiligheid in Nederland krijgt een robuuste invulling door in te zetten op drie lagen:

  • Laag 1: overstromingen zoveel mogelijk voorkomen met stevige dijken, zandsuppleties en ruimte voor de rivier;
  • Laag 2: de gevolgen van een overstroming beperken door een waterrobuuste inrichting;
  • Laag 3: goede crisisbeheersing als er toch een overstroming optreedt.

Voldoende zoetwater

Zoetwater kan in ons land vaker schaars worden als het watergebruik toeneemt en het klimaat verandert. Zo’n 15-20% van onze economie is afhankelijk van goed zoetwater. De deltacommissaris stelt voor de zoetwatervoorziening op een goed niveau te houden met gezamenlijke inspanningen van alle overheden én de gebruikers van water. De overheden maken de waterbeschikbaarheid beter inzichtelijk. Die aanpak wordt de komende jaren ingevoerd. Hiervoor lopen al diverse pilots in de vijf zoetwaterregio's.

Waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting

De ruimtelijke inrichting wordt klimaatbestendiger en waterrobuuster. De ambitie is dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. De overheden werken hier gezamenlijk aan, zodat ons land beter bestand wordt tegen hitte, droogte en wateroverlast en bij (her)ontwikkeling zo min mogelijk extra risico op schade en slachtoffers ontstaat.

De afgelopen jaren zijn twee belangrijke instrumenten ingezet om de ambitie te realiseren: een stimuleringsprogramma en een monitoringplan. Uit de monitoring blijkt dat wateroverlast, waterveiligheid en droogte al goed op de politieke agenda staan. Het tegengaan van hittestress in steden vraagt extra aandacht. De rijksoverheid gaat ervoor zorgen dat de nationale vitale en kwetsbare functies, zoals energiecentrales, beter bestand worden tegen overstromingen. Daarover zijn afgelopen jaar afspraken gemaakt.

Op het het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie staan handreikingen, onderzoeksresultaten en ervaringen, om waterrobuust en klimaatbestendig inrichten te ondersteunen. Ook vinden pilots plaats om van te leren.

De betrokken overheden hebben in 2017 een Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Het Deltaplan komt met ambities om de klimaatbestendige inrichting van Nederland te versnellen en te intensiverenen met maatregelen en instrumenten die ze daarvoor inzetten.

Nederland leeft al eeuwen met water. We nemen maatregelen om problemen te voorkomen.
Problemen door overstromingen, door wateroverlast… maar ook door droogte en hitte.

Er wordt steeds meer gebouwd in ons land en het klimaat verandert sneller dan voorspeld.
Daarom moeten we nu doorpakken, om onnodige schade in de toekomst te voorkomen.
 
Om de extremen van het weer in de 21e eeuw op te kunnen vangen, moeten we meten hoe het gaat, weten wat er op ons afkomt en alert en nuchter handelen.
 
Van dijkwerker tot stedenbouwer,
van boer tot netbeheerder,
van bewoner tot burgemeester.
Iedereen moet de handen uit de mouwen steken…
 
Hoe? Dat staat in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie.
Een nieuw onderdeel van ons Nationale Deltaprogramma.
 
Per gemeente gaan we de kwetsbaarheden in beeld brengen.
Het rijk, provincies, waterschappen en gemeenten spreken af wie, wat moet doen en wanneer.
Bij alle ruimtelijke investeringen denken we óók aan het klimaat van morgen.
We houden elkaar scherp en we zijn realistisch…
Als het tóch misgaat… weten we wat we moeten doen.

Met het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie nemen we maatregelen om Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in te richten.
 

Vijf deltabeslissingen

Het Deltaprogramma heeft vanaf 2010 stap voor stap toegewerkt naar de nationale kaders die nodig zijn voor de invoering van de nieuwe aanpak. Samen met overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dit heeft geleid tot voorstellen voor deltabeslissingen met een groot draagvlak:

In aanvulling hierop heeft de deltacommissaris de strategische beslissing Zand voorgesteld, met keuzen voor de toepassing van zandsuppleties langs de kust.

De deltabeslissingen zijn het begin van een goed doordacht vervolg van het werken aan de delta. De deltacommissaris zal daar ieder jaar over rapporteren, zoals de Deltawet ook voorschrijft.