Deltaprogramma 2019

Het negende Deltaprogramma (DP2019) is op Prinsjesdag 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds. In de online-versie van het negende Deltaprogramma  (alternatief: PDF) staat de voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta centraal: de (wettelijke) uitwerking en de uitvoering van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën.

65 jaar geleden werd ons land getroffen door de watersnoodramp in Zuidwest-Nederland. De herinneringen van de mensen die het hebben meegemaakt, maken nog steeds diepe indruk. Ze onderstrepen hoe belangrijk waterveiligheid in ons land is. Dat we in januari 2018 bij een forse storm vijf stormvloedkeringen konden sluiten, laat zien dat Nederland op dit moment goed beschermd is. Met het Deltaprogramma bereiden we ons verder voor op de toekomst, omdat klimaatverandering in ons laaggelegen land grote effecten kan hebben.

Acht jaar Deltaprogramma

Sinds 2010 werkt Nederland in het Deltaprogramma met verschillende overheden en organisaties aan gezamenlijke doelen. We wachten niet tot een nieuwe (overstromings)ramp ons overkomt, maar we zorgen dat we een ramp, grote schade en problemen voorblijven. Dat doen we met adaptief deltamanagement: vooruitkijken naar de opgaven die voor ons liggen, gezamenlijk de maatregelen bepalen en steeds checken of we in het goede tempo en in de goede richting werken. Opties openhouden en zo nodig de strategie tijdig aanpassen. Adaptief deltamanagement passen we toe voor de waterveiligheid, maar ook voor de zoetwatervoorziening en een klimaatbestendige inrichting van de leefomgeving.

Concrete resultaten

Inmiddels zijn belangrijke concrete resultaten geboekt. Zo zijn de nieuwe waterveiligheidsnormen voor waterkeringen wettelijk vastgelegd; de eerste dijkversterkingen op basis van deze normen zijn in voorbereiding. In 2018 is een nieuw peilbesluit voor het IJsselmeergebied vastgesteld waarmee flexibel peilbeheer mogelijk wordt. Daarmee wordt de zoetwatervoorziening in een groot deel van Nederland aanzienlijk robuuster. Sinds 2017 is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie onderdeel van het Deltaprogramma, in aanvulling op het Deltaplan Waterveiligheid en het Deltaplan Zoetwatervoorziening. Hiermee werken de overheden in concrete stappen toe naar een klimaatbestendige inrichting, zodat ons land beter voorbereid wordt op wateroverlast, droogte, hitte en de gevolgen van overstromingen.

Voortgang op hoofdlijnen: voor het grootste deel goed op schema

Het grootste deel van de geplande maatregelen ligt goed op schema.

  • De waterschappen en Rijkswaterstaat werken in een goed tempo door aan de dijkversterkingen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Provincies en gemeenten werken hier actief aan mee.
  • De veiligheidsregio’s zijn begonnen om de gevolgen van overstromingen in kaart te brengen via impactanalyses en verbeteren hun evacuatieplannen.
  • Twee belangrijke maatregelen voor de zoetwatervoorziening boeken voortgang: de invoering van een flexibel peil in het IJsselmeergebied en de uitbreiding van de Klimaatbestendige Wateraanvoer Midden-Nederland. Alle regio’s werken toe naar maatregelen voor de waterbeschikbaarheid bij droogte.
  • Het merendeel van de medeoverheden is begonnen met het in kaart brengen van de kwetsbaarheden voor weersextremen. Het doel dat voor alle gemeenten in 2019 een volledig uitgevoerde stresstest beschikbaar is, is daarmee haalbaar, maar vraagt nog wel een forse inspanning.

Extra aandacht voor specifieke onderdelen

Een aantal activiteiten vraagt extra inzet:

  • Het doel van de deltabeslissing Zoetwater dat in 2021 voor alle gebieden en het hoofdwatersysteem afspraken zijn gemaakt over waterbeschikbaarheid is haalbaar, maar vraagt intensivering van de inzet;
  • Het goed in kaart brengen van het beperken van de gevolgen van overstromingen via de ruimtelijke inrichting (laag 2) komt nog onvoldoende van de grond. Daarom heeft de Stuurgroep Deltaprogramma een werkgroep ingesteld die daar extra aandacht aan gaat geven. Het klimaatbestendig maken van vitale en kwetsbare functies krijgt een impuls om de nationale aanpak en de regionale pilots beter te verbinden.

Integraal riviermanagement

Om in het rivierengebied ook op de langere termijn invulling te geven aan het samenspel tussen dijkversterking en rivierverruiming heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het voornemen om samen met de partners in het Deltaprogramma (overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) een programma voor integraal riviermanagement op te zetten. Daarvoor ontwikkelt de minister van IenW samen met de partners van het Deltaprogramma een afwegingskader om te komen tot keuzes voor maatregelen in het rivierengebied. Een van de verbindende maatregelen in het programma is rivierverruiming. De inzet van rivierverruiming draagt bij aan vele doelen. Door gericht op specifieke plaatsen te investeren in rivierverruiming worden de doelen voor waterveiligheid gehaald en wordt bijgedragen aan andere rijks(beheer)opgaven zoals scheepvaart en aan gebiedsontwikkeling en andere regionale opgaven.

Zeespiegelstijging

Er zijn signalen dat de zeespiegel sneller stijgt dan tot nu toe in de deltascenario’s  is aangenomen. Een eerste verkenning wijst uit dat een mogelijke versnelling van de zeespiegelstijging op zijn vroegst vanaf 2050 merkbaar wordt. Als de opwarming van de aarde beperkt blijft tot maximaal 2 graden, zoals afgesproken in het Parijs Akkoord, kan de zeespiegel in Nederland in 2100 met 1 tot 2 meter stijgen. De opgaven voor waterveiligheid en zoetwater zijn in dat geval omvangrijker dan tot nu aangenomen in het Deltaprogramma. De voorkeursstrategieën bieden in elk geval tot 2050 een goede basis om onze delta leefbaar en bewoonbaar te houden. Wel is een voortvarende start nodig om met nader onderzoek meer zekerheid te krijgen over het effect van zeespiegelstijging. In 2020 maken we de balans op bij de eerste (zesjaarlijkse) herijking van de koers van het Deltaprogramma. Op dat moment kan het KNMI meer informatie geven over de stabiliteit van het afgegeven signaal over de zeespiegelstijging, mede op grond van de rapportage van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Woningbouwopgave

Bij de grote woningbouwopgave in de Randstad is het zaak rekening te houden met het veranderende klimaat, door nieuwe woningen niet alleen energieneutraal, maar ook klimaatadaptief te bouwen en bij de locatiekeuze ook rekening te houden met de toekomstige wateropgave.