Deltaprogramma 2015

Het vijfde Deltaprogramma (DP2015) is op Prinsjesdag 2014 aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds.

Hoofdlijnen voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening

In het vijfde Deltaprogramma staan definitieve voorstellen voor deltabeslissingen om de bescherming tegen overstromingen en watertekorten te verbeteren. De deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting.

De deltacommissaris stelt voor een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook stelt hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voor. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen zal een hoger beschermingsniveau gelden: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen.

Afsluitdijk, voorpagina van Deltaprogramma 2015

Zoetwater kan in ons land vaker schaars worden als het watergebruik toeneemt en het klimaat verandert. Zo’n 15-20% van onze economie is afhankelijk van goed zoetwater. De deltacommissaris stelt voor de zoetwatervoorziening op een goed niveau te houden met gezamenlijke inspanningen van alle overheden én de gebruikers van water. De overheden maken de waterbeschikbaarheid beter inzichtelijk door voorzieningenniveaus af te spreken. Die aanpak wordt de komende jaren ingevoerd.

De ruimtelijke inrichting wordt klimaatbestendiger en waterrobuuster. De overheden gaan hier gezamenlijk mee aan het werk, zodat de bebouwde omgeving beter bestand wordt tegen hitte, droogte en wateroverlast en bij (her)ontwikkeling geen extra risico op schade en slachtofferst ontstaat. De rijksoverheid gaat ervoor zorgen dat de nationale vitale en kwetsbare functies, zoals energiecentrales, beter bestand worden tegen overstromingen. De ambitie is dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht.

Vijf deltabeslissingen

Voor de invoering van de nieuwe aanpak zijn nationale kaders nodig. Het Deltaprogramma heeft daar vanaf 2010 stap voor stap naartoe gewerkt, samen met overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dit heeft geleid tot voorstellen voor deltabeslissingen met een groot draagvlak:

In aanvulling hierop heeft de deltacommissaris de strategische beslissing Zand voorgesteld, met keuzen voor de toepassing van zandsuppleties langs de kust.

De deltabeslissingen zijn het begin van een goed doordacht vervolg van het werken aan de delta. De deltacommissaris zal daar ieder jaar over rapporteren, zoals de Deltawet ook voorschrijft.