Deltaprogramma 2016

Het zesde Deltaprogramma (DP2016) is op Prinsjesdag 2015 aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds.

Van beleidsontwikkeling naar uitvoering

De deltabeslissingen leiden tot een nieuwe manier van werken op drie terreinen: de waterveiligheid, de zoetwaterbeschikbaarheid en een waterrobuuste ruimtelijke inrichting.Met het presenteren van de voorstellen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën (Prinsjesdag 2014) is een nieuwe fase voor het Deltaprogramma aangebroken: de fase van uitwerking en uitvoering.

In het online zesde Deltaprogramma (alternatief: PDF) staat de voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta centraal: de (wettelijke) uitwerking en de uitvoering van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën.

Nederlandse kust met zee, strand en achterliggende polders

Overstromingsrisicobenadering

De deltacommissaris heeft in Deltaprogramma 2015 voorgesteld een overstromingsrisicobenadering toe te passen in het waterveiligheidsbeleid. Dat betekent: rekening houden met de kans op een overstroming én de gevolgen. Ook stelt hij nieuwe eisen voor de waterkeringen voor. De kans om te overlijden door een overstroming wordt daarmee nergens groter dan 1:100.000 per jaar. Op verschillende plaatsen zal een hoger beschermingsniveau gelden: waar veel slachtoffers of grote economische schade kan optreden of waar ‘vitale infrastructuur’ kan uitvallen met grote landelijke effecten (denk bijvoorbeeld aan de gasrotonde in Groningen). Het streven is dat alle primaire keringen in 2050 aan de nieuwe normen voldoen. De wettelijke verankering van de nieuwe aanpak ligt op schema. Het kabinet biedt naar verwachting eind 2015 een wetswijziging aan waarmee de nieuwe normen worden vastgelegd.

Voldoende zoetwater

Zoetwater kan in ons land vaker schaars worden als het watergebruik toeneemt en het klimaat verandert. Zo’n 15-20% van onze economie is afhankelijk van goed zoetwater. De deltacommissaris stelt voor de zoetwatervoorziening op een goed niveau te houden met gezamenlijke inspanningen van alle overheden én de gebruikers van water. De overheden maken de waterbeschikbaarheid beter inzichtelijk door voorzieningenniveaus af te spreken. Die aanpak wordt de komende jaren ingevoerd. Hiervoor lopen al diverse pilots in de vijf zoetwaterregio's.

Waterrobuuste inrichting

De ruimtelijke inrichting wordt klimaatbestendiger en waterrobuuster. De ambitie is dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. De overheden zijn hier gezamenlijk mee aan het werk, zodat de bebouwde omgeving beter bestand wordt tegen hitte, droogte en wateroverlast en bij (her)ontwikkeling geen extra risico op schade en slachtoffers ontstaat. Een stimuleringsprogramma en een monitoringsplan inclusief een nulmeting vormen belangrijke stappen die het afgelopen jaar zijn gezet om de ambitie te realiseren. Uit de nulmeting blijkt dat wateroverlast, waterveiligheid en droogte al goed op de politieke agenda staan. Voor het tegengaan van hittestress in steden is nog een ontwikkeling nodig. De rijksoverheid gaat ervoor zorgen dat de nationale vitale en kwetsbare functies, zoals energiecentrales, beter bestand worden tegen overstromingen. Daarover zijn afgelopen jaar afspraken gemaakt.

Vijf deltabeslissingen

Het Deltaprogramma heeft vanaf 2010 stap voor stap toegewerkt naar de nationale kaders die nodig zijn voor de invoering van de nieuwe aanpak. Samen met overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Dit heeft geleid tot voorstellen voor deltabeslissingen met een groot draagvlak:

In aanvulling hierop heeft de deltacommissaris de strategische beslissing Zand voorgesteld, met keuzen voor de toepassing van zandsuppleties langs de kust.

De deltabeslissingen zijn het begin van een goed doordacht vervolg van het werken aan de delta. De deltacommissaris zal daar ieder jaar over rapporteren, zoals de Deltawet ook voorschrijft.