Deltaprogramma 2020

Het tiende Deltaprogramma (DP2020) is op Prinsjesdag 2019 aangeboden aan de Tweede Kamer, samen met de begroting van het Deltafonds. In de onlineversie van het tiende Deltaprogramma (alternatief: PDF) staat de voortgang van de uitvoering van het werk aan de delta centraal: de (wettelijke) uitwerking en de uitvoering van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën.

Nederland kreeg in 2018 te maken met extreme weersomstandigheden: langdurige droogte, hitte en fikse hoosbuien. In de zomer van 2019 sneuvelde het nationale hitterecord uit 1944. Onderzoek liet tegelijkertijd zien dat de zeespiegel in de toekomst mogelijk sneller gaat stijgen dan waar de deltascenario’s van uitgaan. En het World Economic Forum (WEF) constateerde dat klimaatverandering de grootste dreiging is voor de wereldeconomie. Het is dan ook van groot belang dat Nederland zich goed blijft voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering. Met een goede bescherming tegen hoogwater, voldoende zoetwater en een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting.

Dit tiende Deltaprogramma laat zien dat de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën van Deltaprogramma 2015 (DP2015) nog steeds de goede weg beschrijven. Wel blijkt uit de eerste aanzet voor de zesjaarlijkse herijking – die in 2021 gereed is - dat beperkte aanpassingen nodig zijn. Om op de goede weg te blijven, is het bovendien cruciaal aan de delta te blijven werken en de maatregelen uit de deltaplannen Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie voortvarend uit te voeren. Door de nieuwe inzichten in de mogelijk versnelde zeespiegelstijging, nemen onzekerheden over maatregelen na 2050 toe. Dat vraagt onderzoek naar wat op korte termijn nodig is om opties voor de langere termijn open te houden. Om beter zicht te krijgen op het tempo waarin de zeespiegelstijging zich na 2050 ontwikkelt, start het Kennisprogramma Zeespiegelstijging.

Voortgang Deltaprogramma

Deltaprogramma 2020 laat zien dat de geplande maatregelen op schema liggen. Het hoogwaterbeschermingsprogramma werkt met nog meer focus aan de noodzakelijke dijkversterkingen, en de beoordelingen van de primaire waterkeringen zijn in volle gang. De innovaties die het HWBP verkent, leveren al miljoenen aan besparingen op voor de geprogrammeerde dijkversterkingen. Voor vrijwel alle gemeenten is met de stresstest de kwetsbaarheid voor extreem weer in beeld gebracht als onderdeel van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Het aantal overheden dat aan de slag is met risicodialogen en het opstellen van een uitvoeringsagenda groeit. Verschillende maatregelen zijn in uitvoering om Nederland minder kwetsbaar te maken voor weersextremen. De aanpak van nationale vitale en kwetsbare functies is het afgelopen jaar verbreed: ook op regionaal en lokaal niveau worden de kwetsbaarheden van dit soort functies onderzocht. Naast een extra impuls van € 20 miljoen voor ondersteuning (procesondersteuning, pilots, kennisontwikkeling en kennisdeling) van de uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie, bereidt het Rijk een wijziging van de Waterwet voor, om via een tijdelijke impulsregeling een bijdrage te kunnen verstrekken uit het Deltafonds aan decentrale overheden voor maatregelen tegen wateroverlast. Cofinanciering is een voorwaarde om hiervoor in aanmerking te komen.

De droogte van 2018 maakte duidelijk dat de gerealiseerde maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater effectief zijn. Zo bleek de Kleinschalige Wateraanvoervoorziening (KWA) goed te werken, zelfs beter dan gedacht. Het Peilbesluit IJsselmeer - dat in juni 2018 in werking trad - leidt tot extra waterbuffer. De uitvoering van de andere maatregelen van fase 1 van het Deltaplan Zoetwater verloopt grotendeels volgens schema. Alle zoetwaterregio’s en het Rijk werken aan de afgesproken maatregelen. Ook de drinkwatersector investeert in een robuuste drinkwatervoorziening. De droogte van vorig jaar heeft ook een impuls gegeven aan de samenwerking met partijen die werken aan een klimaatadaptieve invulling van de landbouw- en natuuropgaven; voor beide opgaven wordt gewerkt aan een Actieprogramma Klimaatadaptatie.

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater, het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en de zoetwaterregio’s hebben de ervaringen van de droogteperiode geëvalueerd. Met deze inzichten en advies van het Bestuurlijk Platform Zoetwater zal de deltacommissaris in 2021 een voorstel doen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater (2022 tot en met 2027), vooruitkijkend naar de opgaven op de lange termijn.

Advies deltacommissaris en kabinetsreactie

Om voorbereid te zijn op toenemende wateroverlast, droogte, hitte en het beperken van de effecten van een eventuele overstroming moet klimaatadaptief en waterrobuust bouwen en ontwikkelen het ‘nieuwe normaal’ worden. Om deze ambitie waar te kunnen maken is het van belang dat overheden zelf het goede voorbeeld geven én bevorderden dat ook burgers en het bedrijfsleven hun aandeel gaan leveren. De deltacommissaris vraagt extra aandacht voor de verbinding tussen water en ruimte bij de grote ruimtelijke opgaven voor woningbouw en energietransitie en verzoekt alle overheden hieraan in hun omgevingsbeleid invulling te geven. gehanteerd. Daarom heeft de deltacommissaris het kabinet geadviseerd om de doelen en gezamenlijke opgaven voor het Deltaprogramma integraal door te laten werken in de samenwerkingsafspraken met de medeoverheden op basis van de definitieve Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en deze ook gebiedsgericht uit te werken in de beoogde Omgevingsagenda’s. Het kabinet heeft dit advies overgenomen.

Herijking

Ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld klimaat, demografie of economie kunnen aanleiding zijn om de koers van het Deltaprogramma aan te passen. Eens in de zes jaar vindt daarom een systematische herijking van de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën uit het Deltaprogramma 2015 plaats. Medio 2018 is het proces van de eerste herijking van start gegaan. Volgend jaar zal dit in het Deltaprogramma 2021 kunnen resulteren in voorstellen voor aanpassingen.

Een tussentijds inzicht van de lopende herijking is dat de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën uit 2014 robuust zijn. Tot 2050 zijn ze het goede uitgangspunt om Nederland veilig, klimaatbestendig en waterrobuust te maken. Het lijkt erop dat de herijking in 2021 tot beperkte aanpassingen zal leiden. Vooral gerelateerd aan toenemende extremiteiten in het weer. Na 2050 kunnen de opgaven echter ingrijpend wijzen, doordat de zeespiegel vanaf dan mogelijk sneller stijgt dan in het Deltaprogramma 2015 rekening mee werd gehouden. De koersaanpassing die na 2050 mogelijk nodig is, vraagt de komende jaren een proces van joint fact finding om te komen tot gedeelde kennis, maatschappelijke betrokkenheid en gezamenlijke keuzes.

Zeespiegelstijging

Het afgelopen jaar zijn er belangrijke stappen gezet in de ontwikkeling van een Kennisprogramma Zeespiegelstijging. Nederland is de veiligste delta ter wereld en wil dat – ook op de lange termijn – blijven. De partners van het Deltaprogramma werken daarom samen met de kennisinstellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven aan het kennisprogramma. De doelen van het kennisprogramma zijn onder meer om de onzekerheden over de ontwikkelingen op Antarctica en de daarmee samenhangende zeespiegelstijging te verkleinen. Maar ook om in beeld te brengen in hoeverre de huidige deltabeslissingen en voorkeursstrategieën houdbaar en oprekbaar zijn en te verkennen wat de verschillende handelingsperspectieven voor de verre toekomst kunnen zijn. Het kennisprogramma loopt tot 2026. De uitkomsten worden gebruikt bij de tweede zesjaarlijse herijking van het Deltaprogramma. Hiermee is het mogelijk adaptief in te spelen op een eventueel versnelling van de zeespiegelstijging na 2050.

Integraal Riviermanagement

In het rivierengebied geven de overheden samen invulling aan de ambitie voor een integrale aanpak met het programma Integraal Riviermanagement (IRM), parallel aan de lopende verkenningen in het rivierengebied. IRM ziet de rivier als één systeem benadert integraal de opgaven van het Rijk en van de regio, zoals waterveiligheid, bevaarbaarheid, waterkwaliteit en natuur, waterbeschikbaarheid, ruimtelijke en economische ontwikkeling en ruimtelijke adaptatie. De afgelopen maanden hebben de partijen de opgaven in het riviersysteem in beeld gebracht. Nu wordt bekeken welke urgente opgaven op korte termijn spelen en welke opgaven meer onderzoek en strategische beleidsbeslissingen vergen, zoals de mate van rivierverruiming en de bodemligging. In de zomer van 2019 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met bestuurders van zowel de Deltaprogrammeregio Rijn als Maas afspraken gemaakt en opdracht gegeven voor de start van het programma Integraal Riviermanagement.