IJsselmeergebied

Het IJsselmeergebied is de spil van de Nederlandse waterhuishouding. Het herbergt bijzondere waarden voor natuur en cultuurhistorie. De Afsluitdijk heeft in het hele gebied meer veiligheid gebracht en landaanwinning mogelijk gemaakt. Ook is een zoetwatervoorraad gecreëerd waar landbouw, industrie en natuur in een groot deel van Nederland van profiteren. De samenleving maakt op allerlei manieren gebruik van de meren en de oevers, bijvoorbeeld voor recreatie, drinkwaterwinning en scheepvaart.

Om al deze functies ook in de toekomst goed tot hun recht te laten komen en waar mogelijk te versterken, is het van belang flexibel in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Inzet van de voorkeursstrategie voor het IJsselmeergebied is om de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening op orde te houden en de flexibiliteit te vergroten. De komende jaren ligt het accent op de uitwerking en zoekt de regio via het Pact van het IJsselmeergebied en de Agenda IJsselmeergebied 2050 kansen voor een integrale aanpak van maatregelen. De deltabeslissingen vormen daarbij een belangrijk vertrekpunt en kader.

Auto rijdt op een weg naast een aan het IJsselmeer gelegen dijk

Opgaven

De zeespiegel blijft stijgen, mogelijk sneller dan eerst werd aangenomen. Daardoor is het in de afgelopen periode al moeilijker geworden om IJsselmeerwater naar de Waddenzee te spuien. Tegelijkertijd wordt ervan uitgegaan dat er door klimaatverandering in extreme omstandigheden meer rivierwater naar het IJsselmeer moet worden afgevoerd. Langere perioden van droogte kunnen daarnaast de aanvoer juist doen afnemen. Dat bleek ook in de zomer van 2018; door de onverwachte lange duur van de droogte trad verzilting van het IJsselmeer op. Het peilbeheer moet hierop kunnen inspelen. Vooral ook omdat klimaatverandering en economische ontwikkelingen naar verwachting tot een grotere vraag naar zoetwater leiden.

Waterveiligheid

Om de waterveiligheid op langere termijn te garanderen worden enkele primaire waterkeringen aangepakt:

  • Eind 2018 zijn de werkzaamheden aan de Afsluitdijk gestart. De kering wordt over de hele lengte sterker en beide sluiscomplexen worden voorzien van een stormvloedkering. De werkzaamheden aan de Afsluitdijk zijn in 2022 gereed.
  • De versterking van de Houtribdijk tussen Enkhuizen en Lelystad is in uitvoering. Een deel van deze dijk wordt met breuksteen versterkt; een ander deel met brede zandige oevers. In 2020 is het project gereed.
  • De plannen voor de versterking van de Markermeerdijken hebben eind 2018 ter inzage gelegen. Er zijn zeven beroepen ingediend; de Raad van State behandelt deze naar verwachting in de tweede helft van 2019. De voorbereidende werkzaamheden zijn al wel gestart.
  • De ontwerpbesluiten over de dijkversterking op Marken hebben ook ter inzage gelegen. De uitvoering start hier naar verwachting in 2022.  

Zoetwater

De zoetwatervoorraad in het IJsselmeergebied blijft op orde met een samenhangende set maatregelen in het hoofdwatersysteem (de grote meren), de regionale watersystemen (de kleinere waterlopen, boezemwateren en kanalen) en bij de gebruikers. De beschikbaarheid van zoetwater wordt vergroot door flexibel peilbeheer in het IJsselmeer, het Markermeer en de Zuidelijke Randmeren. Hiermee is op korte termijn een 'waterschijf' van 20 centimeter structureel beschikbaar als watervoorraad. Op 14 juni 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het nieuwe peilbesluit voor het IJsselmeergebied vastgesteld. Begin 2019 heeft Rijkswaterstaat het beheerprotocol ‘Operationalisering Flexibel Peilbeheer’ vastgesteld. Dit protocol, dat in samenwerking met waterschappen en andere betrokkenen is opgesteld, bestaat uit operationele afspraken voor de sturing van het peil in het IJsselmeer en Markermeer. De Hoeckelingsdam wordt via het concept van ‘bouwen met de natuur’ geschikt gemaakt voor peilwisselingen. Aan het plan hebben ook Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, provincie Noord-Holland en Alliantie Markermeerdijken meegewerkt. Eind 2023 moeten alle maatregelen hiervoor zijn afgerond.

De beheerders van regionale watersystemen gaan de toenemende vraag vanuit de regio niet compenseren door het watergebruik te laten stijgen, maar willen dat gelijk houden door maatregelen in de regio te nemen, zoals door efficiënter door te spoelen en regelbare stuwen te gebruiken. Ook landbouwers en industriële ondernemingen worden gestimuleerd water te besparen, bijvoorbeeld met ondergrondse zoetwateropslag en hergebruik van proces- of koelwater. Hierover zijn afspraken gemaakt in de Bestuursovereenkomst Zoetwatermaatregelen IJsselmeergebied 2016-2021.

Een overzicht van een aantal van de projecten en onderzoeken:

  • De waterschappen Fryslân en Hunze en Aa’s werken aan beekherstel, zodat oppervlaktewater makkelijker door kan stromen naar het grondwater;
  • In Flevoland wordt gewerkt aan de bodemstructuur, zodat water beter vastgehouden kan worden;
  • In Groningen is onderzocht welke maatregelen kansrijk zijn om water langer in de grond vast te houden;
  • In het stroomgebied van de Drentse Aa is onderzocht wat de effecten van klimaatverandering zijn op de natte natuur in de Natura-2000-gebieden;
  • In het programma Spaarwater is onderzocht hoe we zoetwater onder zilte omstandigheden zo goed mogelijk kunnen opslaan of sparen voor gebruik;
  • In Noord-Holland wordt samen met agrariërs onderzoek gedaan naar de waterkwaliteit, het bodemvocht en de waterstanden in perceel, drain en sloot;
  • Op Texel worden zoete stuwen aangelegd om het zoete water vast te houden.

Ruimtelijke Adaptatie

In de regio IJsselmeergebied zijn al verschillende voorbeelden van Ruimtelijke adaptatie tot stand gebracht.

  • In Den Helder wordt de wijk Nieuw Den Helder deels klimaatadaptief heringericht;
  • In een project op Texel wordt proefgedraaid met de klimaatadaptieve zilte teelt van aardappelen en bloembollen;
  • In Almere Poort zijn lokale wadi’s aangelegd tussen wegen en woningen om wateroverlast tegen te gaan;
  • In Almere is ervaring opgedaan met concrete inrichtingsmaatregelen bij groot onderhoud in de Regenboogbuurt.

Pact van het IJsselmeergebied

Voor monitoring van de voortgang, de programmering en een goede informatie-uitwisseling hebben de betrokken regiopartijen zich verenigd in het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied. De ambities van het platform reiken echter verder dan het Deltaprogramma. Het gaat ook om het benutten van meekoppelkansen, om synergie en om versterking van de ruimtelijke kwaliteit in combinatie met nieuwe (economische) ontwikkelingen. Overheden en maatschappelijke organisaties in het IJsselmeergebied hebben deze ambities op 6 maart 2015 vastgelegd in een bestuursovereenkomst ’Het Pact van het IJsselmeergebied’.

Mogelijke aanpassingen voor de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën

De deltabeslissing IJsselmeergebied is robuust. Dat is de voorlopige uitkomst van de herijking die in 2018 is gestart. De voorkeursstrategieën voor waterveiligheid en de zoetwatervoorziening tot 2050 zijn vooralsnog op orde. De afvoer naar de Waddenzee vindt tot 2050 plaats via een combinatie van spuien (als het kan) en pompen (als het moet). Het project Afsluitdijk levert hiervoor in 2022 de benodigde pompcapaciteit. Het nieuwe Peilbesluit IJsselmeergebied vormt de basis voor een structureel beschikbare zoetwatervoorraad. De resultaten van de Integrale Studie Waterveiligheid en Peilbeheer (ISWP) - die zich richt op het waterbeheer van het hoofdwatersysteem op de lange termijn (na 2050) - zijn besproken in het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ). Op 4 april 2019 heeft het BPIJ besloten nader te bezien welke aanbevelingen van de ISWP-studie al een plaats kunnen krijgen bij de lopende herijking en welke aanbevelingen pas bij de volgende herijking of later kunnen doorwerken omdat er nog te veel onzekerheden zijn of onderwerpen verder uitgezocht moeten worden. De effecten voor het regionale systeem worden bij de uitwerking van de ISWP-aanbevelingen voor het hoofdwatersysteem volwaardig meegenomen.

Integrale Verkenning Waterveiligheid en Peilbeheer IJsselmeergebied (ISWP)

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (DG Water en Bodem) heeft Rijkswaterstaat Water, Verkeer en Leefomgeving (WVL) opdracht gegeven een studie te doen naar de waterafvoer en waterveiligheid in de winter na 2050. Zoetwatervoorziening maakt geen onderdeel uit van deze studie. In de winter is er sprake van een groot wateroverschot in het IJsselmeergebied en dat wordt onder vrij verval gespuid naar de Waddenzee. Zonder aanvullende maatregelen zal het peil van het IJsselmeer (en vervolgens de andere meren) stijgen met de zeespiegel. Om dat te voorkomen zijn gemalen met een enorme capaciteit nodig: naast het water uit de regio moet immers de hele afvoer van de IJssel worden weggepompt. De snelheid waarmee de benodigde pompcapaciteit toeneemt, is afhankelijk van de geaccepteerde peilstijging voor het IJsselmeer. Maar die heeft negatieve gevolgen voor het gebied. Waterkeringen moeten extra worden versterkt, beweegbare keringen moeten vaker sluiten en buitendijkse natuur verdrinkt. Daarnaast geeft peilstijging complicaties voor het beheer van de regionale wateren in de omgeving. De kostenbesparing op pompen bij peilstijging is ruwweg gelijk aan de extra kosten voor versterking van de waterkeringen. Als dan ook de overige negatieve effecten worden meegewogen, is er nu geen reden om te kiezen voor peilstijging. Wel is door ISWP aanbevolen om de optie open te houden om ná 2050 het winterpeil maximaal 30 cm te kunnen laten stijgen.

De ISWP-studie vloeit voort uit het Deltaprogramma IJsselmeergebied. Daarin was geconstateerd dat er veel kennis is over waterveiligheid, waterafvoer en het peilbeheer in het IJsselmeergebied, maar minder over de samenhang daartussen. Aan de studie hebben Deltares, adviesbureau HKV en waterbeheerders bijdragen geleverd. Het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied (BPIJ) zal een advies aan de minister uitbrengen over hoe met de aanbevelingen van ISWP om te gaan. De uitkomsten zullen – waar relevant – worden opgenomen in eerste zesjaarlijkse herijking van de Deltabeslissingen in Deltaprogramma 2021.

Deltaprogramma 2020

Lees over de voortgang in het IJsselmeergebied in het Deltaprogramma 2020.