Kust

De kust beschermt miljoenen Nederlanders tegen overstroming door de zee. En de kustzone huisvest meer dan een miljoen inwoners en ondernemers en is gastheer voor veel toeristen en bezoekers. Inzet van de voorkeursstrategie voor waterveiligheid langs de kust is dat het gebied in de toekomst veilig, aantrekkelijk en economisch sterk blijft. De komende jaren ligt het accent op de uitwerking en zoekt de regio kansen voor integrale oplossingen, zoals een multifunctionele duinzone of dijk. De voor heel Nederland geformuleerde deltabeslissingen en de beslissing Zand vormen daarbij het kader.

Graafmachine aan het werk op het strand

Opgave

Opgaven voor waterveiligheid kunnen langs de kust ontstaan door bodemdaling en zeespiegelstijging, als gevolg van klimaatverandering. Naast de reguliere zandsuppleties en het beheer en onderhoud van de waterkeringen, zijn tot 2050 waarschijnlijk geen grote ingrepen nodig. Afhankelijk van het tempo van zeespiegelstijging zullen op langere termijn op een aantal plaatsen maatregelen nodig zijn om het gewenste beschermingsniveau te behouden.

Voorkeursstrategie waterveiligheid

De voorkeursstrategie Kust met betrekking tot de waterveiligheid komt voort uit de Nationale Visie Kust: een veilige, aantrekkelijke en economisch sterke kust. De voorkeursstrategie geeft een werkwijze om de waterveiligheidsopgave en ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar te verbinden, met maatwerk per locatie. In veel gevallen spelen de ruimtelijke ontwikkelingen eerder dan de veiligheidsopgave.

Diverse locaties lenen zich in potentie voor duurzame economische en ruimtelijke ontwikkeling in combinatie met waterveiligheid. Hierbij is sprake van meekoppelkansen.

De betrokken partijen stellen per geval vast of een verbinding tussen de veiligheidsopgave en de ruimtelijke ambitie wenselijk en mogelijk is en op welke termijn dat zou kunnen. Als er geen verbinding is, houden de partijen bij beheer en onderhoud rekening met de opgave of ambitie van de ander. Als er wel een verbinding wenselijk is, stellen de partijen gezamenlijk de opgave vast en tevens de mogelijke oplossingsrichtingen.

Overheden, natuurorganisaties, recreatiesector en drinkwaterbedrijven hebben een ‘Kustpact’ opgesteld voor de kust. Hierin beschrijven ze gezamenlijk de waarden van de kust die het vertrekpunt zijn voor een visie op de toekomstige ontwikkeling van de kust. De betrokken partijen werken onder andere samen aan een zonering over de wijze van gebruik (onder meer natuur en recreatie) van de kustzone. Per kustprovincie zijn de afspraken vastgelegd in de provinciale verordening. In Noord-Holland is de uitwerking hiervan afgerond; onder regie van de provincie werkten 27 partners mee aan de totstandkoming van de verordening. Alle partijen zijn tevreden met het behaalde resultaat. De balans tussen bescherming van natuur- en landschapswaarden en ontwikkeling van recreatieve bebouwing is goed geregeld met een strandzonering, de bestaande bescherming van de duinen en afspraken over verdere samenwerking over de duinrand.

Zandsuppleties

De kust bestaat grotendeels uit zand. Door stromingen in het water verplaatst zand zich. De Nederlandse kust moet regelmatig onderhouden worden met zand, aangebracht via periodieke kustsuppleties.. Dit is nodig voor het behoud van het kustareaal en de duurzame instandhouding van functies langs de kust, zoals veiligheid binnen- en buitendijks, natuur, recreatie en waterwinning. Daarnaast kan de kust op deze manier geleidelijk meegroeien met de zeespiegelstijging. Het programma Kustlijnzorg van Rijkswaterstaat (ministerie Infrastructuur en Waterstaat)  is verantwoordelijk voor het opstellen van het suppletieprogramma en de uitvoering hiervan.

Als de zeespiegel stijgt, is meer zand nodig. Onderzoek naar de benodigde hoeveelheid zand in de toekomst en de effecten van zandsuppleties maakt onderdeel uit van het meerjarige kennisprogramma Kustgenese 2.0.

Kustgenese 2.0

De doelstelling voor het programma Kustgenese 2.0 luidt: ‘Het genereren van kennis om vanaf 2020 goed onderbouwd besluiten te kunnen nemen over beleid en beheer van het Nederlandse zandige kustsysteem’. Kustgenese 2.0 komt voort uit de Beslissing Zand van het Deltaprogramma. In het programma Kustgenese 2.0 wordt tussen 2015 en 2028 onderzocht hoeveel zand op lange termijn nodig is, waar en wanneer het zand nodig is en hoe we het zand kunnen toevoegen aan de kust. In 2020 wordt een beleidsadvies opgeleverd als tussenresultaat. Het onderzoek verloopt langs de volgende onderzoekslijnen:

  • Langetermijn kustonderzoek: aanvullende monitoring en modelontwikkeling om meer inzicht te krijgen in factoren die het benodigde suppletievolume bepalen. In 2017 heeft een grootschalige meetcampagne gezorgd voor aanvullende data.
  • Pilotsuppletie buitendelta Amelander Zeegat: aanleggen van een pilotsuppletie om te leren over de aanleg en de morfologie en ecologie van zeegaten.
  • Ecologische monitoring: inzicht in effecten en kansen van veranderende suppletiehoeveelheden en suppletielocaties voor de ecologie.

Bij het invullen van de onderzoekslijnen speelt datamanagement een belangrijke rol. Het doel daarvan is de data in de toekomst voor iedereen vrij beschikbaar te stellen. Ook wordt het principe ‘lerend werken’ toegepast; dat is het proces van leren door het opdoen van ervaring, zoals bij de pilotsuppletie in het Amelander Zeegat.

Pilotsuppletie buitendelta Amelander zeegat

Met de pilotsuppletie Amelander Zeegat wil Rijkswaterstaat in samenwerking met kennisinstellingen meer kennis opdoen over de werking van zeegaten, omdat daar nog weinig over bekend is. Met metingen voor, tijdens en na de suppletie wordt inzicht verkregen in sedimenttransport en in het (bodem)leven in het zeegat. Zo wordt onderzocht of zeegaten geschikte locaties zijn voor zandsuppletie in de toekomst.

De uitvoering van de zandsuppletie is begin 2019 afgerond. In het zeegat tussen de eilanden Terschelling en Ameland is onder water circa 5 miljoen kubieke meter zand aangebracht. Er wordt samengewerkt met verschillende andere programma’s, zoals Natuurlijk Veilig (voorheen Ecologisch Gericht Suppleren) van Rijkswaterstaat en ook het onderzoeksprogramma SEAWAD, waarin gekeken wordt naar de mogelijkheden van een soort zandmotor ter bescherming van de kustlijn langs de Waddeneilanden. De eerste leerervaringen met de pilot tijdens de voorbereiding en uitvoering staan in het evaluatierapport. De morfologische en ecologische metingen gaan in ieder geval door tot en met 2021. De leerervaringen tot en met 2020 krijgen een plek in het beleidsadvies van Kustgenese 2.0.

Mogelijke aanpassing beslissing Zand en voorkeursstrategie

De kustmetingen brengen jaarlijks de zandvoorraad voor de kust in beeld. Als de signalen over een mogelijk snellere zeespiegelstijging (zie ook kennisprogramma zeespiegelstijging) tot aanpassing van de deltascenario’s leiden, krijgt dit een vertaling in de benodigde omvang van de jaarlijkse zandsuppleties. Het beleidsadvies dat het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0 uitbrengt, gaat daar in 2020 op in.

Op dit moment is de waterveiligheid van de kust op orde. Daarom is er geen aanleiding ruimtelijke opgaven te verbinden met de waterveiligheid. De Kustparels en het Meegroeiconcept krijgen daarom voorlopig alleen invulling op basis van opgaven voor de ruimtelijke ontwikkeling. Aandacht is nodig voor de wijze waarop overheden omgaan met ruimtelijke ontwikkelingen die op de lange termijn de bescherming tegen overstromingen kunnen verminderen. Zo werkt de gemeente Den Haag aan de ontwikkeling van de haven van Scheveningen. Op dit moment is daar geen waterveiligheidsopgave. Gemeente en hoogheemraadschap gaan na hoe ze de waterveiligheid op lange termijn kunnen borgen door opties en doorgroeiconcepten uit te werken.

Er zijn veel ruimtelijke claims op de Noordzee, onder meer voor zandwinning, windparken, visgebieden en natuurparken. Dit heeft gevolgen voor de mogelijkheden om zand te winnen voor de kustsuppleties die nodig zijn voor de waterveiligheid. Daarom lijkt het zinvol de voorkeursstrategie Kust en de Beslissing Zand nader uit te werken op basis van een integrale analyse van de mogelijkheden voor zandwinning, en de toelaatbaarheid van verschillende gebruiksvormen op de Noordzee te analyseren. Leidend principe kan de gedachte zijn dat de kust werkt als een klimaatbuffer. De inzichten van het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) en KNMI over een (versnelde) zeespiegelstijging moeten daarbij betrokken worden.

Deltaprogramma 2020

Lees over de voortgang in het gebied Kust in het Deltaprogramma 2020.

Meer informatie