Rivier Maas

Het klimaat verandert en er zijn nieuwe wettelijke normen voor dijken. Beide ontwikkelingen hebben gevolgen voor de Maas: we moeten blijven werken aan de waterveiligheid. De partijen langs de Maas hebben de handen ineen geslagen en zijn gezamenlijk tot één Regionaal Voorstel voor de Maas gekomen. In dat voorstel is gekozen voor een combinatie van rivierverruiming en dijkversterking voor de korte termijn. De minister heeft ingestemd met het voorstel en er 100 miljoen euro voor beschikbaar gesteld.

Nieuws over Deltaprogramma Maas

In Nieuwsbrief DeltaNieuws wordt op regelmatige basis aandacht besteed aan de ontwikkelingen binnen Deltaprogramma Maas.

Rivier de Maas bij Alem

Urgente maatregelen eerst

De maatregelen voor een veilige en mooie Maas, van Eijsden tot Geertruidenberg, krijgen vorm. De Maaspartners hebben in een samenwerkingsverband met elkaar bepaald waar verbetering van de waterveiligheid urgent is. Daarbij worden ruimtelijke en economische ontwikkelingen in het gebied meegenomen.

Download hier het Regionaal Voorstel Maas of bekijk de Overzichtskaart.

Om welke maatregelen voor de korte termijn gaat het?

In het Regionaal Voorstel Maas zijn acht projecten opgenomen waar de verkenningen voor zijn gestart. Het gaat concreet om projecten bij Thorn, Venlo,  Baarlo, Arcen, Well, Oeffelt en tussen Ravenstein en Lith. De plannen hiervoor kunnen nu in samenhang met de benodigde dijkversterkingen in het HWBP nader worden uitgewerkt. De samenwerkende partijen trekken er in totaal 400 miljoen euro voor uit; 100 miljoen euro daarvan komt van het Rijk. De werkzaamheden moeten vóór 2030 klaar zijn.

Daarnaast wordt voor vier projecten het onderzoek voortgezet. Dit zijn ‘bergingsgebied Lob van Gennep’, ‘Maastricht’, ‘Waterfront Ravenstein’ en  ‘Maasoeverpark ’s-Hertogenbosch’. De haalbaarheid (ruimtelijk en economisch), betaalbaarheid en het draagvlak zijn onderwerp van onderzoek.
 

Meer informatie kunt u lezen in de afzonderlijke flyers/links:

De verkenningen:

De onderzoeken:

Nieuwe normen vragen om aanvullende maatregelen

De waterkeringen in de Maasvallei hadden tot nu toe een aparte status die nergens anders in Nederland bestond: bij extreem hoogwater moesten deze waterkeringen overstromen, om de waterstanden langs de Bedijkte Maas niet verder op te laten lopen. Met de nieuwe waterveiligheidsnormen, die op 1 januari 2017 van kracht zijn geworden, is er een einde aan de uitzonderingspositie van de waterkeringen in de Maasvallei gekomen. Om dit te realiseren moeten de bestaande overstroombare keringen op veel plaatsen versterkt en/of verhoogd worden. Zonder aanvullende maatregelen treden hogere waterstanden op in de Maas. Daarom is de voorwaarde gesteld dat compenserende maatregelen worden getroffen om het Maaswater op te kunnen vangen.

Dat is mogelijk door dijken te verleggen (de dijk wordt verder van de rivier aangelegd) en retentiegebieden (een gebied dat tijdelijk het teveel aan Maaswater kan opvangen) in te richten in de Maasvallei. 

Langetermijn-ambitie Maas

De Stuurgroep Deltaprogramma Maas werkt ook aan een plan van aanpak voor de lange termijn. Rijk en regio formuleren gezamenlijk een haalbare en gedragen ambitie voor rivierverruiming in relatie tot dijkverbetering voor de gehele Maas (Maasvallei en de bedijkte Maas) in de eerste helft van 2018. Deze ambitie vormt het uitgangspunt voor de Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas tot en met 2050. 

Stuurgroep Deltaprogramma Maas

De Stuurgroep Deltaprogramma Maas (SDM) bestaat uit bestuurders van:

  • Provincies (Noord-Brabant, Limburg en Gelderland),
  • Waterschappen (Brabantse Delta, Aa en Maas, Rivierenland, Limburg),
  • Maasgemeenten (Maastricht, Roermond, Venlo, Oss, West Maas en Waal en ‘s-Hertogenbosch),
  • Rijkswaterstaat Zuid Nederland,
  • Het ministerie van Infrastructuur en Milieu,
  • De voorzitter van de Klankbordgroep Maas.

De stuurgroep heeft een coördinerend programmateam ter ondersteuning. In de Klankbordgroep Maas vindt consultatie van maatschappelijke partijen plaats.

Samenstelling Stuurgroep Deltaprogramma Maas.

Voorkeursstrategie zoetwater

Door klimaatverandering kunnen langere perioden met extreem lage waterstanden in de rivieren optreden. De voorkeursstrategie Zoetwater zet in op ‘slim watermanagement’ om het rivierwater beter te kunnen sturen en te benutten. De regio zorgt ervoor dat de inlaatwerken naar kleinere waterlopen geschikt zijn om ook bij lagere rivierwaterstanden voldoende water in te laten. Op middellange termijn kunnen grotere watertekorten in het zuidelijke rivierengebied optreden. In dat geval is er de optie om water van de Waal naar de Maas te transporteren, bijvoorbeeld via het Maas-Waalkanaal. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzoekt de komende jaren of dat als noodmaatregel wenselijk is.

Er lopen diverse pilots. In Rivierengebied Zuid bijvoorbeeld is bijvoorbeeld een pilot met efficiënte beregening van gewassen gestart en Waterschap Rivierenland doet een studie naar duurzaam gebruik van ondiep grondwater.

Deltaprogramma 2018

Lees over de voortgang in het gebied Maas in het Deltaprogramma 2018.