Onderzoeken van het Deltaprogramma Zoetwater Fase II (2022-2027)

De uitvoering van het Deltaplan Zoetwater en het volgen van een adaptieve zoetwaterstrategie brengt kennisvragen met zich mee. In de afgelopen fasen van het Deltaprogramma is de nodige kennis en ervaring opgedaan met het in beeld brengen van de zoetwateropgave en het bepalen van de (kosten)effectiviteit van maatregelen.  Voor de besluitvorming op de korte en langere termijn over de inzet van maatregelen en het tijdstip waarop, is het nodig periodiek de zoetwaterstrategie tegen het licht te houden.

De uitvoering van het Deltaplan Zoetwater en het volgen van een adaptieve zoetwaterstrategie brengt kennisvragen met zich mee. In de afgelopen fasen van het Deltaprogramma is de nodige kennis en ervaring opgedaan met het in beeld brengen van de zoetwateropgave en het bepalen van de (kosten)effectiviteit van maatregelen.  Voor de besluitvorming op de korte en langere termijn over de inzet van maatregelen en het tijdstip waarop, is het nodig periodiek de zoetwaterstrategie tegen het licht te houden.

Daarom wordt er continu gewerkt aan (water)systeemkennis en het hydrologisch en economisch instrumentarium. De hydrologische en economische effectiviteit van (regionale) maatregelen wordt onderzocht in het licht van de continue veranderende inzichten in de klimaat- en sociaaleconomische ontwikkelingen en het effect deze hebben op de zoetwaterstrategie. Hieronder vindt u uitgevoerde onderzoeken van het Deltaprogramma Zoetwater Fase II (2022 tot en met 2027).

Economische analyse Zoetwater

Ter voorbereiding van de nieuwe deltabeslissing zoetwater in 2021 en de maatregelen voor de periode 2022-2027 waarin afspraken komen te staan over waterbeschikbaarheid en een actualisatie van de voorkeursstrategie zoetwater heeft het Deltaprogramma Zoetwater Stratelligence gevraagd een MKBA op te stellen.

Deze MKBA wordt uitgevoerd in samenwerking met Witteveen en Bos en met Deltares. Bij het opstellen van de MKBA wordt gebruik gemaakt van de beschikbare modellen en effectmodules die door verschillende partijen zoals Deltares, WEcR, KWR, en Ecorys ontwikkeld zijn.

In de eerste helft van 2019 is daarvoor het nulalternatief opgesteld en zijn de economische effecten van de veranderende waterbeschikbaarheid voor de nieuwe Deltascenario’s op basis van de risicobenadering bepaald. De resultaten zijn vastgelegd in een tussenrapportage. De economische effecten zijn hierin beschouwd voor:

  1. De referentie 2017, het zichtjaar 2050 voor de Deltascenario’s Stoom, Warm, Rust, Druk en Parijs en 2100 voor de Deltascenario’s Stoom, Warm, Rust, Druk;
  2. De gebruiksfuncties landbouw, scheepvaart, drinkwater, industrie en natuur.

Deze versie gaat nog niet in op de effecten van mogelijke maatregelen. Dit gebeurt in de volgende fase,  waarin de tussenrapportage wordt uitgebreid tot een volledige MKBA .

Effectmodules in het Deltaprogramma Zoetwater

Om economisch onderbouwde afwegingen te kunnen maken voor het Deltaprogramma Zoetwater zijn vijf effectmodules ontwikkeld die het effect van droogte en zoetwatermaatregelen op de hydrologie vertalen in een economisch effect op de maatschappij. Deze modules sluiten technisch aan op het Nationaal Water Model. Hiermee kan het huidige en toekomstige droogterisico worden berekend, maar ook de baten van zoetwatermaatregelen. Dit is belangrijke input voor een maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA). In dit rapport worden vier van de vijf effectmodules van het zoetwaterinstrumentarium beschreven die in de afgelopen jaren zijn ontwikkeld. De effectmodules representeren de gebruiksfuncties die de grootste economische effecten van droogte ondervinden: Landbouw, Scheepvaart, Drinkwater en Industrie. De effecten op natuur worden in aparte rapporten behandeld. De effectmodules maken gebruik van bestaande effectmodellen, zoals Agricom, en speciaal voor het Deltaprogramma Zoetwater ontwikkelde economische nabewerkingen, waaronder de Prijstool landbouw. De effecten op andere gebruiksfuncties zijn in de meeste gevallen verwaarloosbaar, zoals recreatie, of worden meegenomen in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, zoals gezondheidseffecten van hittestress en schade aan infrastructuur. De effectmodules vormen de stap tussen de knelpuntenanalyse zoetwater en de maatschappelijke kosten-baten analyse zoetwater (deze wordt verwacht in 2020).

Maatregelverkenning DP Zoetwater 2019

Als bouwsteen voor het komen tot kansrijke maatregelpakketten voor fase 2 van het Deltaprogramma Zoetwater, verkent dit rapport de effecten van individuele maatregelen op de waterverdeling en watertekorten in de wateraanvoergebieden in NL. Watertekorten en rivierafvoeren zijn daarnaast vertaald naar een welvaartseffect op de sectoren landbouw en scheepvaart. De maatregelen zijn verkend met de instrumenten QWAST, Regioscan Zoetwatermaatregelen en eenvoudige schaderelaties voor scheepvaart (corridor Rotterdam – Lobith) en landbouw (droogteschade als gevolg van beregeningstekorten). Deze maatregelverkenning geeft een eerste inschatting van de welvaartseffecten op de sectoren landbouw en scheepvaart. Resultaten van deze studie zijn additioneel aan de door de zoetwaterregio’s zelf aangeleverde informatie over verwachte effecten van maatregelen.

Verdelingsvarianten Hoofdwatersysteem

De droogte van 2018 heeft laten zien dat een goede zoetwatervoorziening in Nederland van groot belang is. Op dit moment wordt in het Deltaprogramma Zoetwater verkend wat ervoor nodig is om de zoetwatervoorziening tot en met 2050 op niveau te houden en voor te bereiden op ontwikkelingen die daarna volgen. Dit moet in 2021 leiden tot een besluit over te nemen maatregelen in de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater voor de periode 2022-2027. Deze rapportage betreft een eerste verkennende studie naar verdelingsvarianten in het hoofdwatersysteem. Deze studie kan dienen als inspiratie voor het opstellen van een visie voor het hoofdwatersysteem. Waar sommige zoetwatermaatregelen gaan over het besparen van water aan de gebruikerskant, gaan andere over het verbeteren van het wateraanbod. Een deel van deze aanbodgerichte maatregelen heeft betrekking op het hoofdwatersysteem (HWS). Het HWS is het logistieke netwerk dat de verschillende regio’s - en daarmee ook gebruikers - verbindt, waarvoor het extra noodzakelijk is de maatregelen in samenhang te bekijken. Het is voor een belangrijk deel een waterverdelingsvraagstuk. Het komen tot een samenhangende zoetwaterstrategie voor het hoofdwatersysteem is een stap die in 2019 en 2020 wordt gezet via een trechtering van mogelijke, via kansrijke maatregelen naar een samenhangend zoetwaterplan, zie routekaart. Deze verkenning richt zich op het vinden van bouwstenen voor een kansrijke zoetwaterstrategie voor het hoofdwatersysteem, zonder grootschalig infrastructureel ingrijpen.

Dit rapport is een verkenning naar kansrijke strategieën en  maatregelen  voor een “klimaatbestendig hoofdwatersysteem Zoetwater”. Het Stuurbaar Buffernetwerk (SBN) is de oude werknaam voor “klimaatbestendig hoofdwatersysteem Zoetwater.

Uit deze nadere verkenning volgt dat het concept Stuurbaar Buffernetwerk (SBN) een kansrijke basis lijkt voor de lange termijn strategie zoetwatervoorziening vanuit het hoofdwatersysteem. In deze verkenning is berekend dat de zoetwatervoorziening vanuit het hoofdwatersysteem in scenario Stoom met zichtjaar 2050 met het SBN op orde is: in vrijwel alle jaren kunnen de gewenste watervragen vanuit het hoofdwatersysteem worden geleverd. In de twee meest extreem droge jaren resteert een oppervlaktewatertekort voor de IJsselmeerregio.  Samenvattend blijven de zoetwater buffers op de langere termijn (2100) naar behoren functioneren en past deze strategie binnen een adaptieve aanpak: hier kan vanuit de huidige strategie naartoe worden gewerkt en de optie voor grotere infrastructurele ingrepen blijft open. Deze strategie lijkt perspectiefvol, maar naast de voordelen zijn er ook nadelen zoals voor de scheepsvaart en de strategie wordt nog verder uitgewerkt.

Verkenning kansrijke maatregelen waterbeschikbaarheid Maas

Deze rapportage beschrijft de resultaten van een verdiepingsslag op de maatregelen, die zijn benoemd in het kader van verbetering van de waterbeschikbaarheid op de Maas. Dit in het kader van het Deltaprogramma Zoetwater.

Deze maatregelenlijst is samengesteld in een serie bijeenkomsten van de werkgroep Pilot Maas waarin alle waterbeheerders en relevantie stakeholders zijn vertegenwoordigd.

Geactualiseerde knelpunten voor het Deltaprogramma Zoetwater fase II

Dit rapport brengt in beeld wat de huidige en mogelijk toekomstige knelpunten in de zoetwatervoorziening in Nederland zijn op basis van de meest recente berekeningen met het Nationaal Water Model (‘Basisprognoses2018’). Hierbij is voor 5 regio's geanalyseerd hoe watervraag en -tekort zich in de toekomst kunnen ontwikkelen onder invloed van klimaatveranderingen en sociaaleconomische ontwikkelingen. Deze knelpuntenanalyse dient als gemeenschappelijke informatiebasis voor de maatregelverkenning van het Deltaprogramma Zoetwater fase II. Dit rapport is een voorlopige versie en is nu aangevuld met een analyse voor zichtjaar 2100 en de variant Parijs.

Om de doelstellingen van het Parijs-akkoord te halen zijn maatregelen nodig om de emissie van broeikasgassen te reduceren. Een aantal maatregelen kan invloed hebben op knelpunten in de watervoorziening tijdens droogte in Nederland. Met het Nationaal Water Model is berekend wat het effect is van het vernatten van het veenweidegebied doormiddel van onderwaterdrainage en het aanplanten van 100.000 ha bos. Met het Nationaal Water Model is tevens berekend hoe de zoetwaterknelpunten mogelijk gaan veranderen tussen zichtjaar 2050 en 2100 als gevolg van verdergaande klimaatverandering. Dit memo is een aanvulling op de “Geactualiseerde knelpunten voor het Deltaprogramma Zoetwater fase II”. Deze aanvulling vindt u hier.

Regioscan Zoetwatermaatregelen (poster en rapport)

De Regioscan zoetwatermaatregelen brengt de bijdrage in beeld die lokale maatregelen kunnen leveren aan het opheffen van regionale zoetwatertekorten. Dit helpt bij de ontwikkeling van een zoetwaterstrategie. Het bijgevoegde rapport bevat meer informatie en achtergronden over het instrument, en een handleiding voor het gebruik. Het instrument Regioscan en bijbehorende documentatie is te downloaden op: www.stowa.nl/publicaties/regioscan

Analyse van de 100-jarige reeks ten behoeve van de Knelpuntenanalyse Zoetwater 2017

Deze rapportage beschrijft de resultaten van de eerste 100-jarige berekening met het Nationaal Water Model (NWM) met het oog op de Knelpuntenanalyse Zoetwater voor het Deltaprogramma Zoetwater. De 100-jaar reeks is gebaseerd op de referentie situatie en de klimaatontwikkelingen volgens de KNMI scenario’s 2014 en de WLO 2006 scenario’s voor de sociaaleconomische ontwikkelingen.

Hotspotanalyses voor het Deltaprogramma Zoetwater

Dit rapport is een bundeling van zogenaamde hotspotanalyses. Een hotspot is gedefinieerd als: een geografisch afgebakend gebied in het hoofd- of regionale watersysteem waar we nog zoetwaterknelpunten verwachten en waar een keus in de waterverdeling of -voorziening leidt tot een (potentieel) significante belangenafweging tussen gebruiksfuncties of gebieden. Het gaat om de volgende hotspots: Midden-rivieren, Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, Rijn-Maasmonding, IJsselmeer, Twentekanalen, Maas en Hoge Zandgronden/grondwater. De hotspotanalyses, als onderdeel van het project Knelpuntenanalyse, dragen bij aan de eerste mijlpaal van de Deltaprogramma Zoetwater, namelijk: eerste beeld bovenregionale knelpunten en aanvullende maatregelen. De analyses zijn gebaseerd op de 100-jarige berekeningen met het NWM (KNMI  2014 en WLO 2006 scenario’s).

Maatregelverkenning voor het Deltaprogramma Zoetwater

Dit rapport beschrijft de modelberekeningen en analyses die zijn uitgevoerd om tot een eerste beeld te komen van de effecten van mogelijke maatregelen voor de zoetwatervoorziening van Nederland in de huidige situatie en voor Deltascenario Warm2050. Hierbij ging het voornamelijk om maatregelen die tot bovenregionale afwegingen kunnen leiden. Met bovenregionale afwegingen wordt bedoeld dat het effect van een maatregel in de ene regio of ten behoeve van een gebruiksfunctie een significant effect heeft op een andere regio of gebruiksfunctie. In dit eerste beeld is naar de hydrologische en waterhuishoudkundige effecten gekeken. Uitgangspunt voor de maatregelen verkenning is de 100-jarige berekeningen met het NWM (KNMI 2014 en de WLO 2006 scenario’s).

Vertaling van Deltascenario’s 2017 naar modelinvoer voor het Nationaal Water Model

De Deltascenario’s zijn scenario’s die in het Deltaprogramma worden gebruikt om verkenningen uit te voeren over de ontwikkelingen van het waterbeheer in de toekomst. De Deltascenario’s zijn een combinatie van klimaatverandering en socio-economische ontwikkelingen. In 2015 zijn nieuwe socio-economische scenario’s beschikbaar gekomen (WLO 2015). Deze nieuwe inzichten hebben aanleiding gegeven tot een actualisatie van de vier Deltascenario’s (Rust, Druk, Warm, Stoom) en is een variant opgesteld waarin de klimaatafspraken van Parijs verwerkt zijn. De rapportages over de geactualiseerde Deltascenario’s zijn hier te vinden. Deze rapportage beschrijft hoe geactualiseerde Deltascenario’s voor het zichtjaar 2050 en de nieuwe Referentie voor het Deltaprogramma Zoetwater vertaald zijn naar modelinvoer van de modellen die in het Nationaal Water Model zijn opgenomen.

Uitgangspunten variant Parijs en zichtjaar 2100

Deze memo beschrijft hoe de variant Parijs (2050) en zichtjaar 2100 voor de 4 geactualiseerde Deltascenario’s vertaald zijn naar modelinvoer van de modellen die in het Nationaal Water Model zijn opgenomen.