Deltaprogramma

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Zuidwestelijke Delta

De Zuidwestelijke Delta omvat Zeeland, de Zuid-Hollandse eilanden en het westelijk deel van Noord-Brabant. Na de watersnoodramp van 1953 hebben de Deltawerken gezorgd voor veiligheid en goede infrastructurele verbindingen, maar ze brengen ook een aantal uitdagingen met zich mee: voor natuur, waterkwaliteit en economie.

De bestuurders in de Zuidwestelijke Delta stellen veiligheid, economie en ecologie bij toekomstige oplossingen voor waterveiligheid en zoetwater centraal. Het gebied heeft daar een voorkeursstrategie voor opgesteld. De komende jaren ligt het accent op de uitwerking en zoekt de regio kansen voor een integrale aanpak van maatregelen. De deltabeslissingen vormen daarbij het kader. 

Mosselhoek Prinsesseplaat luchtfoto

Integrale ambities realiseren

Klimaatverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen stellen het gebied voor opgaven voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Ook op andere gebieden is de Zuidwestelijke Delta verre van ‘af’: de meeste deltawateren zijn ecologisch niet gezond en het economisch gebruik van de wateren staat onder druk. De regio pleit voor herstel van getij op de Grevelingen en voor een zout Volkerak-Zoommeer.

Gelukkig zijn er goede mogelijkheden om de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening in de Zuidwestelijke Delta te garanderen. In de meeste gevallen kan dit zonder grootschalige wijzigingen in de huidige inrichting van het watersysteem. De aanpak in het gebied wordt gekenmerkt door innovatieve, integrale oplossingen. Voorbeelden zijn: meer doen met dijken (dijken met meerdere functies), en duurzame energie opwekken met een getijdencentrale. Dit biedt ook grote kansen voor de economie in het gebied, die sterk watergebonden is. Naar verwachting wordt eind 2016 een besluit genomen over de ontwikkeling van Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en de Rijksstructuurvisie voor deze wateren.

Voorkeursstrategie waterveiligheid

Met de nieuwe normen voor de waterkeringen zijn op verschillende plaatsen in de Zuidwestelijke Delta dijkversterkingen nodig. Bij iedere dijkversterking wordt onderzocht of innovatieve dijken mogelijk zijn die ook kansen bieden voor natuur, recreatie en wonen. Voor de Oosterschelde voorziet de voorkeursstrategie in een toekomstbestendige aanpak van waterveiligheid, die ook bijdraagt aan het verminderen van zandhonger. De stormvloedkering verstoort nu de natuurlijke aanzanding van platen en vooroevers door een gereduceerde getijdestroom, terwijl er door golfslag wel zand wegspoelt.

In de Westerschelde is het storten van baggerspecie te benutten om vooroevers van dijken mee te laten stijgen met de zeespiegel. Dat biedt ook kansen voor natuurherstel. Daarnaast zijn op lange termijn maatregelen nodig om de getijgolf in het waterbekken te temperen. Daar werken Nederland en Vlaanderen samen aan. Langs de kust gaat het programma voor zandsuppleties verder.

Geen waterberging op Grevelingenmeer

Rijk en regio hebben onderzocht of waterberging in de Grevelingen een optie is om de waterveiligheid langs Hollands Diep en Haringvliet op lange termijn op orde te houden. De conclusie is dat het niet nodig is deze optie open te houden. Dijkversterkingen blijken een kostenefficiëntere oplossing dan aanvullende waterberging in de Grevelingen. 

Zand en zeespiegelstijging

Als de zeespiegel stijgt, kan het nodig zijn meer zand te suppleren om de waterveiligheid op orde te houden. Daarvoor is kennis over zandverplaatsingen nodig. Die kennis wordt onder meer opgedaan door integrale visies op te stellen voor de mondingen van Westerschelde, Oosterschelde, Grevelingen en Haringvliet. Een onderzoek voor de Oosterschelde naar de optimale combinatie van kering, dijken en zandsuppleties wordt naar verwachting eind 2016 afgerond.

Daarnaast leveren pilots kennis op over zandsuppleties, bijvoorbeeld de pilots met onderwatersuppleties op geulwanden (Zuidwest-Walcheren) en de Galgeplaat (Oosterschelde). Deze onderwatersuppleties blijken een positief effect te hebben.

Op het strand van Brouwersdam wordt een pilot gehouden met zandsuppletie. De zandsuppletie op de Roggenplaat (Oosterschelde) die naar verwachting in 2017-2018 plaatsvindt en een sedimentpilot samen met Vlaanderen in het mondingsgebied van het Schelde-estuarium genereren nieuwe kennis. Deze kan weer gebruikt worden voor innovaties. Zo kan de veiligheid steeds effectiever en efficiënter gerealiseerd worden. En als meerdere partijen meebetalen, zijn zandsuppleties ook in te zetten voor bijvoorbeeld natuur en economie.

Voorkeursstrategie zoetwater

Belangrijk onderdeel van de voorkeursstrategie zoetwater is het vaststellen van de waterbeschikbaarheid. Als het klimaat verandert, zijn maatregelen nodig in het hoofdwatersysteem, de regionale watersystemen en bij de zoetwatergebruikers (zoals landbouw, industrie en drinkwatervoorziening).

De Zuid-Hollandse eilanden, West-Brabant, Tholen, Sint Philipsland en de Reigersbergsepolder ontvangen zoetwater via de grote zoete wateren, zoals Biesbosch, Hollandsch Diep, Haringvliet en Volkerak-Zoommeer. Voor deze gebieden is het van belang de aanvoer en watervoorraad in stand te houden en verzilting te bestrijden met bijvoorbeeld innovatieve zoet-zoutscheidingen bij sluizen. Hiervoor loopt een pilot in de jachtensluis van de Krammersluizen. Het project Roode Vaart, dat uiterlijk in 2018 wordt gerealiseerd, combineert een duurzame zoetwatervoorziening met een kwaliteitsimpuls in het centrum van Zevenbergen. Als besloten wordt het Volkerak-Zoommeer zout te maken, zijn aanvullende maatregelen voor de zoetwatervoorziening nodig. Zeeuws-Vlaanderen, Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland en Schouwen-Duiveland ontvangen geen zoetwater uit het hoofdwatersysteem. Om zuiniger om te gaan met zoetwater zijn hier innovaties nodig, zoals waterconservering in de bodem, efficiënter gebruik van neerslag en zoetwaterlenzen en hergebruik van zoetwater. In Zeeland loopt de Proeftuin Zoetwater met als doel om de zelfvoorzienendheid van zoetwater te vergroten.

Klimaatadaptatie in Zeeland

De provincie Zeeland werkt in een brede coalitie aan het programma Klimaatadaptatie Zeeland. De partijen willen onder meer een klimaattest voor waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hittestress ontwikkelen, gebruikmakend van bestaande instrumenten. Het streven is een eenvoudige test die op draagvlak bij de betrokken overheden kan rekenen. De test wordt ook geschikt om klimaatopgaven bij ruimtelijke plannen en visies in een vroeg stadium in beeld te brengen en klimaatadaptatie mee te nemen bij nieuwbouw en herstructurering. In de periode 2016-2020 voeren alle Zeeuwse gemeenten een klimaattest uit.

Vitale en kwetsbare functies in Zeeland

Onderdeel van de Zeeuwse aanpak is het vergroten van het overstromingsbewustzijn bij vitale en kwetsbare functies. Er hebben gesprekken plaatsgevonden met bedrijven met dergelijke functies. Een volgende stap is te bepalen met welke ruimtelijke maartregelen de gevolgen van een overstroming kunnen verminderen (laag 2). Het slimmer benutten van binnendijken lijkt daarbij kansrijk. Provincie Zeeland werkt de komende jaren per dijkring aan een actualisatie van het stelsel van regionale keringen en de bijbehorende normering.

Robuust watersysteem Zeeuws-Vlaanderen

De inzet van dit impactproject is een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem dat optimaal dienstbaar is aan de functies in de regio en bijdraagt aan de vitaliteit van het gebied. De deelnemende partijen willen daarvoor kennis en ervaringen delen. Om dat te vergemakkelijken hebben zij een wiki ontwikkeld die informatie op internet verbindt en zo tot nieuwe inzichten leidt. De wiki is in medio 2016 online gegaan.

Deltaprogramma 2017

Lees over de voortgang in het gebied Zuidwestelijke Delta in het Deltaprogramma 2017.