Hoe zit het met de zeespiegelstijging?

Volgens de klimaatscenario’s uit 2014 van het KNMI kan de zeespiegelstijging in 2100 opgelopen tot 100 cm. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) gaat tot op heden uit van een zeespiegelstijging van 80 cm in 2100. Recente onderzoeken (van o.a. KNMI en Universiteit Utrecht) duiden er echter op dat de processen die van invloed zijn op het afsmelten van het landijs op Groenland en Antarctica veel sneller verlopen dan voorheen werd aangenomen. Een nog snellere stijging van de zeespiegel kan daarom niet worden uitgesloten.

In het Deltaprogramma anticiperen we op de toekomstige klimaatverandering, richten we ons op 2050 met een doorkijk naar 2100 en baseren we ons op de KNMI klimaatscenario’s. Adaptieve strategieën en flexibele maatregelen maken het mogelijk om in te spelen op nieuwe kennis en inzichten. Vooruitlopend op de eerste tussentijdse evaluatie van het Deltaprogramma in 2020 brengt het Deltaprogramma in 2018 de eerste inzichten in beeld van de mogelijke gevolgen van een versnelde zeespiegelstijging voor Nederland.

Achtergrond

Zeespiegelstijging wordt veroorzaakt door een combinatie van opwarming van de oceanen (warmer water zet uit en neemt en meer ruimte in) en afsmeltend landijs. De versnelde stijging van de afgelopen decennia is vooral het gevolg van uitzettend water, het versnelde afsmelten van landijs (op Antarctica en Groenland) en door smelten van gletsjers in de bergen. (Het afsmelten van de ijsplaat op de Noordpool heeft geen invloed, omdat dit zee-ijs is, en dus geen water toevoegt). Regionaal kunnen windpatronen en de aantrekkingskracht van grote ijsmassa’s op water (“gravitatie-effect”) nog een rol spelen.

Naarmate de zeespiegel stijgt en het land verder daalt kan overtollig water steeds minder “onder vrij verval” op zee geloosd worden, en moeten pompen ingeschakeld worden. Daarnaast neemt de invloed van de zee op de kuststrook toe, via zoutindringing in het grond- en oppervlakte water, maar ook door toenemende kusterosie en stijgende stormvloedhoogtes. En de zandplaten, slikken en schorren van bijvoorbeeld Waddenzee, Wester- en Oosterschelde kunnen “verdrinken” doordat ze de zeespiegelstijging niet kunnen bijhouden. Met zandsuppleties kunnen we de kustlijn ook met een stijgende zeespiegel nog jaren op z’n plaats houden. In de toekomst zal er mogelijk naar andere maatregelen gezocht moeten worden.

Het effect van zeespiegelstijging kan nog versterkt (of afgezwakt) worden door daling (of stijging) van het aangrenzende land. Door geologische bewegingen en compactie van klei en veen daalt de Nederlandse bodem in het noordwesten van het land gemiddeld met 10 cm per eeuw, terwijl Scandinavië door het verdwijnen van de ijskappen uit het verleden juist omhoog komt.