Hoe zit het met Deltaprogramma en droogte?

2020 is wederom een uitzonderlijk droog jaar. Dat komt vooral doordat de maanden mei en juni extreem droog zijn geweest waardoor ook de grondwaterstanden erg laag kwamen te staan. De neerslag die in de maanden erna is gevallen heeft er niet voor kunnen zorgen dat de grondwaterstanden stegen. Met name op de hogere zandgronden is de grondwaterstand nog steeds erg laag. Daar zijn in 2020 op veel plaatsen beregeningsverboden ingesteld. 

Augustus stond in het teken van een uitzonderlijk lange hittegolf. Deze duurde 13 dagen en daarmee staat hij op een gedeelde vijfde plaats in het lijstje met langste hittegolven. Regionaal duurde de hittegolf zelfs nog een paar dagen langer.

Er zijn grote regionale verschillen, maar in een groot deel van het land is in de zomer van 2020 uiteindelijk wel ongeveer de normale hoeveelheid neerslag (zo'n 190 tot 220 mm) gevallen. Maar er zijn echter plaatsen, met name in het zuidoosten, waar weinig neerslag is gevallen en het erg droog was.

Met het Deltaprogramma Zoetwater en de implementatie van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte hebben we een goede aanpak, en we gaan nog verder. Het doel is dat Nederland in 2050 weerbaar is tegen zoetwatertekort. De minister van IenW heeft aangegeven om voor de tweede fase van het Deltaprogramma Zoetwater (2022-2027) €100 miljoen extra uit het Deltafonds beschikbaar te willen stellen. Dit bedrag komt bovenop de €150 miljoen die al gereserveerd is. Met deze extra impuls en de daarmee gepaard gaande extra bijdragen uit de regio’s, kan een ambitieus maatregelenpakket van circa €800 miljoen gerealiseerd worden om Nederland beter weerbaar te maken tegen droogte en watertekort. Daarvoor worden door Rijkswaterstaat en de zes zoetwaterregio’s ongeveer 150 kansrijke zoetwatermaatregelen voorbereid. Voorbeelden van kansrijke maatregelen zijn: 

  • Infrastructurele wijzigingen zoals het verbeteren van de doorvoer van de Krimpenerwaard (West-Nederland) en het beperken van externe verzilting bij de Afsluitdijk (Rijkswaterstaat), 
  • Innovatieve projecten zoals experimenteren met natte teelten op natte gronden, het verbeteren van de bodemstructuur van kleigronden en de teelt van zouttolerante gewassen onderzoeken (Noord-Nederland), 
  • Ruimtelijke aanpassing van grondgebruik zoals het ontstenen van verhard oppervlak, het omzetten van naaldbossen naar loofbossen en sloten en greppels dempen of afsluitbaar maken (Hoge Zandgronden Oost- en Zuid-Nederland),
  • Hergebruik van effluent van Rioolwaterzuiveringsinstallaties (Noord- en West-Nederland en de Zuidwestelijke Delta). 

Met de realisatie van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte is Nederland beter voorbereid op droogte dan twee jaar geleden.

Hoe was de situatie in 2019?

In de zomer van 2019 sneuvelde het nationale hitterecord uit 1944. In deze zomer is er wat betreft de droogte een opvallend onderscheid ontstaan in de gebieden die wel vanuit de grote rivieren en het IJsselmeer van water kunnen worden voorzien (met name de lager gelegen gebieden in het noorden, midden en westen van het land), en de gebieden waar dat niet kan (hoge zandgronden in het oosten en zuiden van het land en delen van Zeeland).

Waar water aangevoerd kan worden, is ook relatief veel neerslag gevallen. Hier zijn deze zomer, in tegenstelling tot 2018, vrijwel geen problemen geweest met droogte of verzilting.

Waar geen water kan worden aangevoerd (op de hoge zandgronden en delen van Zeeland), en waar men dus voor de watervoorziening volledig afhankelijk is van neerslag, is relatief weinig neerslag gevallen. Hierdoor is in deze gebieden een situatie ontstaan waarbij het neerslagtekort in sommige regio’s vergelijkbaar is met 2018. Als gevolg van deze twee droge zomers achter elkaar, stonden in deze gebieden met name de natuur en de landbouw onder druk. De waterbeheerders hebben alle beschikbare maatregelen ingezet om de gevolgen van de droogte zoveel mogelijk te beperken, en het beschikbare water zoveel mogelijk vast te houden en zo efficiënt mogelijk te verdelen.

Hoe nu verder?

De droogteperiodes worden via drie sporen geëvalueerd:

  • Deltaprogramma Zoetwater: lessen vertalen naar de maatregelen in het Deltaplan Zoetwater;
  • Beleidstafel Droogte: voorstellen om de leerervaringen van de droogtecrisis waar nodig te vertalen naar beleid. Deze tijdelijke hulpstructuur is nodig, omdat er op dit moment geen gremium is dat de volle breedte dekt van de beleidsvelden die worden geraakt door de droogte. De eerste resultaten en aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte heeft de minister in april naar de Tweede Kamer gestuurd.
  • Evaluatie Crisisaanpak watertekort zomer 2018: bezien of verbeteringen nodig zijn in de samenwerking tussen betrokken partijen ten tijde van crisis en/of in het ‘Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte’.

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater, het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en de zoetwaterregio’s hebben de ervaringen van de droogteperiode geëvalueerd. Met deze inzichten en advies van het Bestuurlijk Platform Zoetwater zal de deltacommissaris in 2021 een voorstel doen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater (2022 tot en met 2027), vooruitkijkend naar de opgaven op de lange termijn.

Wat waren de gevolgen in 2018?

Door de afnemende afvoeren van de Rijn en Maas in combinatie met de toenemend watervraag had West-Nederland vooral te kampen met toenemende verzilting. Het IJsselmeer bevatte voldoende water om de IJsselmeerpolders, Noordwest- en Noord-Nederland van zoetwater te voorzien. De klimaatbestendige wateraanvoer zorgde vanaf 24 juli 2018 voor extra zoetwateraanvoer naar Centraal Holland. Daarmee kon de verzilting bestreden worden en voorkomen worden dat de veendijken zouden uitdrogen.

De droogte was vooral merkbaar op de hoge gronden van Zuid- en Oost-Nederland, waarnaar geen aanvoer vanuit het hoofdwatersysteem mogelijk is, en men vooral is aangewezen op water in de diepe of ondiepe ondergrond. Agrariërs trachtten teruglopende oogsten als gevolg van de droogte met beregening te voorkomen, maar in de loop van de zomer besloten waterschappen steeds vaker tot beregeningsverboden.

Hoe effectief was het Deltaplan Zoetwater?

De droogte van 2018 maakte duidelijk dat de gerealiseerde maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater effectief zijn. Zo bleek de Kleinschalige Wateraanvoervoorziening (KWA) goed te werken, zelfs beter dan gedacht. Het Peilbesluit IJsselmeer - dat in juni 2018 in werking trad - leidt tot extra waterbuffer. De uitvoering van de andere maatregelen van fase 1 van het Deltaplan Zoetwater verloopt grotendeels volgens schema. Alle zoetwaterregio’s en het Rijk werken aan de afgesproken maatregelen. Ook de drinkwatersector investeert in een robuuste drinkwatervoorziening. De droogte van 2018 heeft ook een impuls gegeven aan de samenwerking met partijen die werken aan een klimaatadaptieve invulling van de landbouw- en natuuropgaven; voor beide opgaven wordt gewerkt aan een Actieprogramma Klimaatadaptatie.

Wat is de Beleidstafel Droogte?

Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft, onder coördinatie van het ministerie van IenW, een Beleidstafel Droogte ingericht van 2019- 2019. Hierin hadden alle relevante overheden en stakeholders een rol. Om beter gesteld te staan voor volgende droogteperiodes, heeft de Beleidstafel Droogte 46 aanbevelingen gedaan. Door opvolging hiervan is Nederland beter weerbaar tegen droogte en watertekorten. Alle aanbevelingen zijn met termijnen belegd bij individuele partijen en reguliere (interbestuurlijke) projecten en programma’s, zoals het Deltaprogramma, Integraal Riviermanagement, de Beleidsnota Drinkwater en omgevingsvisies van provincies en gemeenten. Een deel van de aanbevelingen is in 2019 al geïmplementeerd. Zo hebben waterbeheerders maatregelen genomen om aanvulling van grondwater te versnellen. Ook is een handleiding verdringingsreeks opgesteld. Deze geeft helderheid over het toepassen van de verdringingsreeks en helpt partijen bij de regionale uitwerking hiervan.