Hoe zit het met Deltaprogramma en droogte?

De zomer van 2018 werd gekenmerkt door een ongebruikelijk lange droogteperiode van 45 dagen, inclusief een hittegolf van 13 dagen. Gedurende deze periode viel landelijk gemiddeld maar 10 mm neerslag, terwijl de hoge temperatuur en de wind een grote verdamping en watervraag veroorzaakten. Op 2 augustus was het neerslagtekort 278 mm en was er officieel sprake van een landelijk watertekort. Daarmee was de droogte op dat moment ernstiger dan begin augustus 1976, de meest droge zomer in de waarnemingen. Opvallend is dat dit beeld voor het hele stroomgebied van Rijn en Maas gold en zich uitstrekte tot Scandinavië.

Wat waren de gevolgen in 2018?

Door de afnemende afvoeren van de Rijn en Maas in combinatie met de toenemend watervraag had West-Nederland vooral te kampen met toenemende verzilting. Het IJsselmeer bevatte voldoende water om de IJsselmeerpolders, Noordwest- en Noord-Nederland van zoetwater te voorzien. De klimaatbestendige wateraanvoer zorgde vanaf 24 juli 2018 voor extra zoetwateraanvoer naar Centraal Holland. Daarmee kon de verzilting bestreden worden en voorkomen worden dat de veendijken zouden uitdrogen.

De droogte was vooral merkbaar op de hoge gronden van Zuid- en Oost-Nederland, waarnaar geen aanvoer vanuit het hoofdwatersysteem mogelijk is, en men vooral is aangewezen op water in de diepe of ondiepe ondergrond. Agrariërs trachtten teruglopende oogsten als gevolg van de droogte met beregening te voorkomen, maar in de loop van de zomer besloten waterschappen steeds vaker tot beregeningsverboden.

Hoe effectief was het Deltaplan Zoetwater?

De droogte van 2018 maakte duidelijk dat de gerealiseerde maatregelen uit het Deltaplan Zoetwater effectief zijn. Zo bleek de Kleinschalige Wateraanvoervoorziening (KWA) goed te werken, zelfs beter dan gedacht. Het Peilbesluit IJsselmeer - dat in juni 2018 in werking trad - leidt tot extra waterbuffer. De uitvoering van de andere maatregelen van fase 1 van het Deltaplan Zoetwater verloopt grotendeels volgens schema. Alle zoetwaterregio’s en het Rijk werken aan de afgesproken maatregelen. Ook de drinkwatersector investeert in een robuuste drinkwatervoorziening. De droogte van 2018 heeft ook een impuls gegeven aan de samenwerking met partijen die werken aan een klimaatadaptieve invulling van de landbouw- en natuuropgaven; voor beide opgaven wordt gewerkt aan een Actieprogramma Klimaatadaptatie.

Hoe was de situatie in 2019?

In de zomer van 2019 sneuvelde het nationale hitterecord uit 1944. In deze zomer is er wat betreft de droogte een opvallend onderscheid ontstaan in de gebieden die wel vanuit de grote rivieren en het IJsselmeer van water kunnen worden voorzien (met name de lager gelegen gebieden in het noorden, midden en westen van het land), en de gebieden waar dat niet kan (hoge zandgronden in het oosten en zuiden van het land en delen van Zeeland).

Waar water aangevoerd kan worden, is ook relatief veel neerslag gevallen. Hier zijn deze zomer, in tegenstelling tot 2018, vrijwel geen problemen geweest met droogte of verzilting.

Waar geen water kan worden aangevoerd (op de hoge zandgronden en delen van Zeeland), en waar men dus voor de watervoorziening volledig afhankelijk is van neerslag, is relatief weinig neerslag gevallen. Hierdoor is in deze gebieden een situatie ontstaan waarbij het neerslagtekort in sommige regio’s vergelijkbaar is met 2018. Als gevolg van deze twee droge zomers achter elkaar, stonden in deze gebieden met name de natuur en de landbouw onder druk. De waterbeheerders hebben alle beschikbare maatregelen ingezet om de gevolgen van de droogte zoveel mogelijk te beperken, en het beschikbare water zoveel mogelijk vast te houden en zo efficiënt mogelijk te verdelen.

Hoe nu verder?

De droogteperiodes wordt via drie sporen geëvalueerd:

  • Deltaprogramma Zoetwater: lessen vertalen naar de maatregelen in het Deltaplan Zoetwater;
  • Beleidstafel Droogte: voorstellen om de leerervaringen van de droogtecrisis waar nodig te vertalen naar beleid. Deze tijdelijke hulpstructuur is nodig, omdat er op dit moment geen gremium is dat de volle breedte dekt van de beleidsvelden die worden geraakt door de droogte. De eerste resultaten en aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte heeft de minister in april naar de Tweede Kamer gestuurd.
  • Evaluatie Crisisaanpak watertekort zomer 2018: bezien of verbeteringen nodig zijn in de samenwerking tussen betrokken partijen ten tijde van crisis en/of in het ‘Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte’.

Het Bestuurlijk Platform Zoetwater, het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving en de zoetwaterregio’s hebben de ervaringen van de droogteperiode geëvalueerd. Met deze inzichten en advies van het Bestuurlijk Platform Zoetwater zal de deltacommissaris in 2021 een voorstel doen voor fase 2 van het Deltaplan Zoetwater (2022 tot en met 2027), vooruitkijkend naar de opgaven op de lange termijn.

Beleidstafel Droogte

Minister Cora van Nieuwenhuizen heeft, onder coördinatie van het ministerie van IenW, een Beleidstafel Droogte ingericht. Hierin zullen alle relevante overheden en stakeholders een rol hebben. Met de Beleidstafel wil de minister een goed beeld krijgen van de effecten op de middellange en lange termijn, inclusief de effecten van genomen maatregelen als extra onttrekkingen uit het grondwater en de verzilting. De Beleidstafel zal ook aandacht besteden aan verdere verbetering van de inzet van beschikbare maatregelen, voor zover deze niet aan de orde komen in het Deltaplan Zoetwater. De Beleidstafel kan aanbevelingen doen, maar geen beslissingen nemen. De aanbevelingen die voor het Deltaprogramma van belang zijn, worden besproken in het Bestuurlijk Platform Zoetwater en de Stuurgroep Deltaprogramma. De beleidstafel heeft een tijdelijk karakter.