Wat is het Deltaprogramma?

De overheid wil Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen hoogwater en zorgen voor voldoende zoetwater. Ook wil de overheid ons land zo inrichten dat het klimaatbestendig en waterrobuust wordt. Daar maken we plannen voor in het Deltaprogramma, met verschillende overheden en andere organisaties . De plannen komen tot stand onder leiding van de regeringscommissaris voor het Deltaprogramma: de deltacommissaris.

Meer regen, stijgende zeespiegel, hogere temperaturen

Na de watersnoodramp van 1953 heeft de overheid maatregelen genomen om het land beter te beschermen tegen overstromingen. Zo zijn in de vorige eeuw afspraken gemaakt over de hoogte van de dijken en het beheer van de kust.

Maar nu, enkele decennia later, zijn de omstandigheden anders:

  • De zeespiegel stijgt, mogelijk gaat dit versnellen, en de bodem daalt verder.
  • Het aantal regenachtige periodes neemt toe en het gaat harder regenen.
  • De temperatuur stijgt.

Bovendien zijn de gevolgen van een overstroming nu groter dan 65 jaar geleden. Er wonen nu meer mensen in Nederland, dus bij een overstroming zouden er meer slachtoffers zijn dan vroeger. Bijna 60% van Nederland kan onder water komen te staan. In dat gebied liggen ook de grootste steden. Een deel van dat gebied is het economische centrum van Nederland. Een goede bescherming tegen overstromingen is daarom van essentieel belang. Daarbij gaat het zowel om overstromingen vanuit de zee als vanuit de rivieren en de meren.

Daarom moet Nederland ver vooruitkijken en goede plannen maken voor de toekomst. Die plannen staan ieder jaar in het Deltaprogramma.

Hoogwater-hondsbroeksche-pleij

Doel van het Deltaprogramma

Het doel is dat de waterveiligheid, de zoetwatervoorziening en de ruimtelijke inrichting in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn, zodat ons land de grotere extremen van het klimaat veerkrachtig kan blijven opvangen. Dit keer bedenken we geen maatregelen na een ramp, maar proberen we een ramp te voorkomen.

De overheid werkt daarom, samen met andere organisaties, op drie terreinen op een nieuwe manier aan de delta:

  • Er gelden nieuwe normen voor waterveiligheid: deze hangen niet alleen samen met de kans op een overstroming, maar ook met de gevolgen van een overstroming (risicobenadering). De omvang van de gevolgen bepaalt daarbij de hoogte van de norm.
  • De beschikbaarheid van zoetwater voor landbouw, industrie en natuur wordt voorspelbaarder.
  • De ruimtelijke inrichting wordt klimaatbestendiger en waterrobuuster.

Adaptief deltamanagement

Ver vooruit kijken betekent rekening houden met onzekerheden in klimaatverandering en sociaaleconomische ontwikkelingen. De overheid zorgt ervoor dat Nederland voorbereid is op meerdere toekomstscenario’s. We kiezen strategieën en maatregelen waarmee we flexibel kunnen inspelen op nieuwe metingen en inzichten in bijvoorbeeld het klimaat. We doen nu wat nu nodig is. We hebben aanvullende maatregelen klaarliggen voor het geval deze in de toekomst nodig zijn. Dat noemen we adaptief deltamanagement. Deze manier van werken wordt door alle betrokken partijen gezien als nuchtere oplossing voor het omgaan met onzekere ontwikkelingen.

Voorstellen voor deltabeslissingen

Om de nieuwe aanpak in praktijk te kunnen brengen, zijn nationale kaders nodig. Het Deltaprogramma heeft daar vanaf 2010 stap voor stap naartoe gewerkt, samen met overheden, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Alle beschikbare en nieuwe kennis is daarbij benut. Dat heeft in 2014 geresulteerd in voorstellen voor vijf ‘deltabeslissingen’ met groot draagvlak:

In aanvulling hierop heeft de deltacommissaris voorgesteld hoe om te gaan met zandsuppleties langs de kust: de strategische beslissing Zand.

De deltabeslissingen zijn voor de verschillende delen van Nederland vertaald in gebiedsgerichte voorkeursstrategieën. Deze voorkeursstrategieën zijn het kompas voor de maatregelen die daadwerkelijk in uitvoering gaan. Deze maatregelen staan in de Deltaplannen Waterveiligheid, Zoetwater en Ruimtelijke adaptatie. Het jaarlijkse Deltaprogramma beschrijft de voortgang van de uitwerking en uitvoering van de deltabeslissingen, voorkeursstrategieën en deltaplannen.

Het kabinet heeft besloten de deltabeslissingen over te nemen in het rijksbeleid. De nieuwe normen voor waterveiligheid zijn inmiddels van kracht. Vertegenwoordigers van de provincies, waterschappen en gemeenten en de minister van Infrastructuur en Milieu hebben in 2014 bovendien een bestuursovereenkomst Deltaprogramma ondertekend. Daarmee hebben de overheden afgesproken de deltabeslissingen en voorkeursstrategieën in de eigen plannen te verankeren. Het Rijk heeft de deltabeslissingen als beleidsbeslissingen vastgelegd in het Nationaal Waterplan.

Strand met zee, schuimkoppen en blauwe lucht met dunne bewolking

Deltawet

De wettelijke afspraken over het Deltaprogramma staan in de Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening. Daarin staat dat er elk jaar een Deltaprogramma moet komen. Het Deltaprogramma moet volgens de wet uit plannen bestaan om Nederland te beschermen tegen hoogwater. Ook moet het programma zorgen voor voldoende zoetwater. Verder moet er een planning in staan en een overzicht van de kosten. Tot slot staat in de Deltawet dat het Deltaprogramma jaarlijks op Prinsjesdag aangeboden moet worden aan het parlement. De Deltawet regelt ook het Deltafonds en beschrijft de rol van de deltacommissaris. De Deltawet is op 1 januari 2012 van kracht geworden.

In de eerste helft van 2016 is de Deltawet door een onafhankelijke commissie geëvalueerd. Deze evaluatie gebeurde in opdracht van de minister van Infrastructuur en Milieu. De evaluatiecommissie oordeelt positief over de aanpak en de werkwijze in het Deltaprogramma. De nationale en interbestuurlijke aanpak is cruciaal gebleken voor het draagvlak en het vertrouwen in het Deltaprogramma. Ook de gezamenlijke kennisontwikkeling – joint fact finding – is van doorslaggevend belang geweest in de aanpak. Een belangrijke uitdaging is volgens de commissie de omslag van planvorming naar uitvoering.

Het kabinet heeft in de zomer van 2016 een eerste reactie gegeven op de evaluatie en in het najaar van 2016 een uitgebreide reactie. Daarin geeft het kabinet aan tevreden te zijn over het functioneren van de Deltawet, het Deltaprogramma, het Deltafonds en de deltacommissaris in de afgelopen jaren. Gezien de opgave vindt het kabinet het van groot belang het draagvlak en het momentum van het Deltaprogramma vast te houden en de samenwerking met de partners door te zetten. De uitkomsten van de evaluatie zijn voor het kabinet geen reden om de Deltawet te wijzigen.

Drie deltaplannen

Het kabinet heeft besloten alle maatregelen en projecten van het Deltaprogramma te bundelen in deltaplannen: het Deltaplan Waterveiligheid, het Deltaplan Zoetwater en (sinds Deltaprogramma 2018) het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. De maatregelen kunnen aanpassingen van het fysieke systeem betreffen, zoals dijkversterkingen of pompen, maar ook ruimtelijke reserveringen voor toekomstige maatregelen of instrumenten om gewenst gedrag te stimuleren. Ook regionale maatregelen kunnen een plaats krijgen in de deltaplannen.

De plannen geven een concrete planning voor de komende jaren, een agenda voor de periode na deze kabinetsperiode en een doorkijkje naar de grote investeringsbeslissingen die na 2050 aan de orde zijn. De maatregelen komen voort uit de deltabeslissingen en de gebiedsgerichte voorkeursstrategieën die de deltacommissaris in 2014 heeft voorgesteld en die het kabinet heeft overgenomen.

Financiering en Deltafonds

Het Deltafonds vormt voor deze investeringen het noodzakelijke financiële fundament. Dat fundament staat stevig met een gemiddeld budget van € 1,3 miljard per jaar tot en met 2032. Het kabinet heeft in 2016 besloten het Deltafonds jaarlijks met een jaar te verlengen.

Op die manier is duidelijk dat er ook in de toekomst budget zal zijn om [M.E.2] verder te werken aan een veilige delta en de realisatie van de doelen en om tijdig maatregelen te kunnen programmeren.

Kennisprogramma

We moeten continu blijven werken aan kennisontwikkeling en innovatie. Het Deltaprogramma werkt daarvoor in het Nationale Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) samen met de departementen van Infrastructuur en Waterstaat en Economische Zaken, STOWA, NWO, KNMI, Planbureau voor de Leefomgeving, Deltares, TNO, Alterra, universiteiten en de Topsector Water. Door wereldwijd voorloper te blijven op het gebied van watermanagement, kunnen we ons eigen land optimaal waterrobuust en klimaatbestendig maken en kan de Nederlandse thuismarkt zich internationaal onderscheiden.

Oosterscheldekering luchtfoto

Internationaal

De aanpak van het Deltaprogramma is inmiddels ook een exportproduct geworden: wereldwijd geniet de Dutch Delta Approach grote belangstelling. Verschillende landen hebben de hulp van de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven ingeroepen om de aanpak van het Deltaprogramma toe te passen voor hun eigen opgaven.

Markt en innovatie

Het bedrijfsleven speelt een onmisbare rol in het waterbeheer van de toekomst. Innovatieve oplossingen zijn van groot belang om de opgaven voor waterveiligheid en zoetwatervoorziening efficiënter, goedkoper en aantrekkelijker te kunnen maken. De afgelopen jaren heeft het Deltaprogramma innovaties in de wijze van samenwerking en de bestuurlijke processen opgeleverd. Het Deltaprogramma heeft dat gestimuleerd met intensieve samenwerking tussen Rijk en regio. Nadat de deltabeslissingen zijn genomen, is het accent in het Deltaprogramma verschoven naar de uitvoering. Bedrijven kunnen daarop inspelen door (technische) innovaties te ontwikkelen en op de markt te zetten. Daar kunnen zij zich ook internationaal mee onderscheiden.

Innovaties voor waterveiligheid zijn bijvoorbeeld de Zandmotor voor de Hollandse kust, een multifunctionele Combinatiedijk bij de boulevard van Scheveningen, gebruik van geotextiel om piping te voorkomen en ‘slimme dijken’ die vol sensoren zitten om continu de stabiliteit te meten.

Ook voor de zoetwatervoorziening en ruimtelijke adaptatie zijn innovaties nodig. Voorbeelden zijn klimaatbuffers, opslag van zoetwater in de bodem, bestuurde waterberging op daken om regenwater tijdelijk vast te houden en op een rustig moment af te voeren, en ICT-toepassingen in het waterbeheer om slim in te spelen op te veel of te weinig water. In Delft is de testlocatie ‘WaterStraat’ opgezet. Ondernemers kunnen in de WaterStraat hun experimenten, onderzoeken en producten testen om beter om te gaan met hevige regenbuien, droogte en hitte in de stad.

In de rampenbeheersing zijn weer andere innovaties denkbaar, zoals de toepassing van apps om bewoners snel te alarmeren bij noodsituaties of Tubebarriers (met watergevulde mobiele waterkeringen als alternatief voor zandzakken).