Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie maakt eerste Living Lab mogelijk

We staan voor een grote opgave ons land bestand te maken tegen de veranderingen in het klimaat. De provincie Overijssel krijgt daar als eerste steun bij vanuit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie in de vorm van een Living Lab. Daarbij staat innovatie centraal. Hoe zorg je dat plannen betaalbaar zijn en hoe kun je daarbij slim gebruik maken van bestaande geldstromen en budgetten? Welke technische innovaties kun je inzetten? Op welke nieuwe manieren kun je bewustwording en draagvlak creëren?

Een Living Lab is een onderzoeksomgeving waarbij onderzoek en innovatie samengaan op basis van co-creatie en participatief ontwerpen. In een bestaande context, bijvoorbeeld een wijk, stad of regio, werken publieke en private partijen samen aan ruimtelijke projecten; van idee tot ontwerp, van plan tot uitvoering. Leren van elkaar staat daarbij centraal.

Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie wil deze manier van samenwerken stimuleren, omdat het de enige manier is om vanaf 2020 volledig klimaatbestendig te bouwen en beheren. Doel is in 2050 daadwerkelijk bestand te zijn tegen alle uitdagingen van het veranderende klimaat.

Het Living Lab richt zich op de laaggelegen IJssel-Vechtdelta en de hoge delta van de Twentse stedenband. Het is het eerste Living Lab dat het Deltaprogramma toekent. Als Living Lab kunnen de regio’s rekenen op expertise, ondersteuning bij communicatie, het eventueel wegnemen van belemmeringen in wet- en regelgeving en een financiële bijdrage.

Gedeputeerde Bert Boerman van de provincie Overijssel is blij met de toekenning vanuit het ministerie van Infrastructuur en Milieu. “Met dit Living Lab kunnen we nog effectiever aan de slag met het waterveilig en klimaatbestendig maken van de IJssel-Vechtdelta en de Twentse Stedenband. Ook zie ik het als een erkenning voor onze positie als koploper en de inzet die wij in Overijssel samen met onze partners in beide regio’s al op dit belangrijke dossier hebben geleverd.”