Deltacommissaris Wim Kuijken neemt afscheid: ‘Het was bijzonder’

Bijna negen jaar lang werkte de eerste deltacommissaris van Nederland, met heel veel mensen en organisaties in het land, aan plannen om de Nederlandse delta veilig, leefbaar en klimaatbestendig te maken en te houden. Nu komt hieraan een einde. Wim Kuijken gaat met pensioen. Hij geeft het stokje per 1 januari 2019 door aan zijn opvolger, Peter Glas, en blikt nog één keer met ons terug.

‘Het was bijzonder om in 2010 als eerste deltacommissaris aan de slag te gaan. En het was spannend. Want er was niets. Ik begon van scratch af aan, in nauw overleg met het ministerie van (destijds) Verkeer en Waterstaat en de medeoverheden. Er lag een advies van de (tweede) deltacommissie Veerman (2007/2008). Een belangrijk advies, dat niet alleen wees op de te verwachten zeespiegelstijging en klimaatverandering, nat én droog, maar ook op maatschappelijke, ecologische en economische ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de toekomstige inrichting van ons land. Dan heb je het over een bijna existentiële opgave. Het gaat over de fysieke toekomst van een laaggelegen land dat met extremen in weer en klimaat moet omgaan. Zeker, maar… hoe dan?’

Lange termijn

‘Daar lag de uitdaging en die ging ik graag aan. Uiteindelijk met de titel regeringscommissaris in de wet verankerd. Bijzonder voor mij was dat ik voor de wet uit werd benoemd op verzoek van de Tweede Kamer. Het Deltaprogramma gaat over de lange termijn, we kijken naar de verre toekomst. En als je nu goed voorbereid wilt zijn, moet je over vele ambtstermijnen heen kunnen kijken. Zonder eigenbelang en nationaal georiënteerd, probeerde ik alle belangen en invalshoeken te verzamelen op een hoger doel. Zo ben ik als deltacommissaris gestart. Met de wettelijke opdracht elk jaar voorstellen te doen die Nederland beschermen tegen hoogwater, zorgen voor voldoende zoetwater en ons land waterrobuust en klimaatbestendig inrichten.’

'Ik ben er ongelooflijk trots op dat iedereen is gaan meedoen'

‘Maar plannen maken doe je nooit alleen. Ik ben er ongelooflijk trots op dat iedereen is gaan meedoen met dat hogere nationale doel: dit land fysiek veilig en leefbaar houden. Ik heb de afgelopen periode mooie samenwerkingen zien ontstaan én persoonlijk ervaren. Tijdens werkbezoeken in het land, ontmoetingen in de projecten en overleg aan de bestuurstafels. Water is van ons allemaal. En ik zie dat we dat ook allemaal vinden; dat we ons samen verantwoordelijk voelen. En dat we elkaar opzoeken. Waterschappen, gemeenten, provincies, ministeries en Rijkswaterstaat zijn partners. En tot mijn blijdschap zitten ook inwoners, woningbouwcorporaties, hoveniers en bedrijven steeds vaker aan tafel om mee te praten over te nemen maatregelen. Heel belangrijk! Water gaat over grenzen heen en is, zeker in Nederland, een samenhangend systeem. Dus moeten wij de plannen in het Deltaprogramma ook in samenhang, en waar het kan, integraal uitvoeren. Inclusief ruimte voor de leefomgeving, natuur en economie. Het Deltaprogramma draagt bij aan ons vestigingsklimaat.’

Eigen verantwoordelijkheid

‘We begonnen met één nationaal programma, één stuurgroep, twee lange termijndoelen – waterveiligheid en de zoetwatervoorziening - en samenhangende regio’s met stuurgroepen. Opererend vanuit zoveel mogelijk gedeeld eigenaarschap met vier partners: UvW, VNG, IPO en Rijk/RWS. Samen onderzochten we de feiten en bedachten we oplossingen. Ieder met eigen verantwoordelijkheid, maar verbonden in gezamenlijke doelen. Waar we, en dat kwam voort uit de gewenste integrale aanpak en participatie, steeds vaker andere doelen aan koppelden. Zodanig dat in 2017 de tijd rijp was voor een nieuwe loot in het Deltaprogramma. Er kwam, omdat de extremen in het weer zich sneller leken te openbaren, een Deltaplan Ruimtelijke adaptatie naast de al bestaande Deltaplannen Waterveiligheid en Zoetwater. Zo hebben we nu een Deltaprogramma met uitvoeringsplannen op drie nationale thema’s. Gedragen door alle partijen.’

‘We leverden negen Deltaprogramma’s op, die elk jaar op Prinsjesdag door de minister aan de Tweede Kamer zijn aangeboden. Met concrete voorzieningen en maatregelen voor de komende jaren. Sinds 2013 ook met financiering vanuit het Deltafonds, beheerd door het ministerie van IenW, dat jaarlijks een budget heeft van meer dan 1 miljard euro.’

'Het is tijd voor een nieuw gezicht, voor frisse inzichten'

‘In 2014 hebben we – inclusief de voorkeursstrategieën per gebied - vijf deltabeslissingen geïntroduceerd, die de kaders en normen gaven voor het werk dat we nu en in de toekomst doen. Drie ervan gaan over de concrete aanpak van waterveiligheid (nieuwe normen, een veiliger land), zoetwater (een offensieve strategie bij droogte) en ruimtelijke adaptatie (overal in Nederland de ruimtelijke inrichting aanpassen). Twee beslissingen geven handen en voeten aan oplossingen in de Rijn-Maasdelta en het IJsselmeergebied. En er is de strategische beslissing Zand, die aangeeft hoe en waar zandsuppleties kunnen bijdragen aan een veilige en aantrekkelijke kust.’

Flink wat bereikt

‘We hebben met elkaar flink wat bereikt de afgelopen negen jaar. We hebben nieuwe normen voor dijkversterking en waterveiligheid geformuleerd. Een Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) opgezet, waarin Rijkswaterstaat en de waterschappen - in alliantie - samen optrekken. Tot 2050 zullen zij 1800 kilometer dijk versterken. De grootste dijkversterking sinds de Deltawerken is aan de gang!
Er zijn eerder gestarte projecten – succesvol – afgerond: Ruimte voor de Rivier, Zwakke Schakels Kust, Steenbekledingen. En er zijn projecten gestart of in werking getreden: de grootschalige renovatie van de Afsluitdijk, het peilbesluit IJsselmeer en binnenkort Integraal Riviermanagement. Wat ik niet onbenoemd kán laten, is de opzet van het Nationaal Kennis- en innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK), dat door het ministerie geleid wordt en waarbij ik samen met betrokken partijen in de toezichtsraad mocht zitten. Overheden, kennisinstellingen en bedrijven werken hierin - op basis van gedeelde kennis en innovaties – samen aan pilots, actuele vraagstukken en lange termijn-ontwikkelingen. Daar wordt de Kennisagenda van het Deltaprogramma gevuld. En daar ontstaan de kansrijke verbindingen die zo hard nodig zijn.’

'De grootste dijkversterking sinds de Deltawerken is aan de gang!'

‘En zijn we hiermee dan voldoende op de toekomst voorbereid? Nee. Nieuwe scenario’s van het KNMI laten zien dat het vaker en langer droog kan worden. Uit andere analyses blijkt dat tegelijk de watervraag in veel regio’s toeneemt. En dan tonen diverse wetenschappelijk gedragen onderzoeken ook nog eens aan dat de zeespiegel mogelijk sneller en meer stijgt dan we tot nu toe dachten. Veel is nog onzeker en veel hangt af van de mate waarin het ons lukt de opwarming van de aarde te beperken. Voor mij zijn mitigatie en adaptatie twee kanten van dezelfde klimaatmedaille. Mitigatie is de beste adaptatiemaatregel.’

Herijken

‘De toekomst is dus onzeker. We zijn nooit 100 procent veilig. De opdracht in het Deltaprogramma na 2018 is alle mogelijke scenario’s in kaart te (blijven) brengen. Daartoe herijken we de koers van het programma elke zes jaar, dus in 2021. Zodat welk scenario in 2100 ook uitkomt, het script wel blijkt te kloppen. Adaptief zijn. We houden opties open voor ingrijpender maatregelen. Sterker nog, we werken deze opties uit. Onze methodiek van Meten-Weten-Handelen is inmiddels internationaal erkend. Meebewegen waar kan, aanpassen zodra het moet. Altijd, ik hoor het mijzelf vaak zeggen, nuchter en alert. Dat is de manier waarop het Deltaprogramma dit soort grote vraagstukken, in gezamenlijkheid, oppakt. Ik denk dat we dat goed doen. En we mogen ons hierin gesteund voelen door de onafhankelijke evaluatie – in 2017 - van de Deltawet, die het resultaat als ‘zeer goed’ kwalificeerde.’

'In negen jaar tijd is een deltacommunity ontstaan die hecht is'

‘En nu ga ik met pensioen. Na bijna 40 jaar werken, is het mooi geweest. Belangrijker: het is tijd voor een nieuw gezicht, voor frisse inzichten. Ik stap er tussenuit. In de stellige wetenschap dat het Deltaprogramma op volle kracht doorgaat. Mijn opvolger Peter Glas kan verder met een groep kundige en betrokken mensen. In negen jaar tijd is een deltacommunity ontstaan die hecht is, naar elkaar luistert en samenwerkt. Van denken naar doen. Dat is misschien wel de grootste winst van het Deltaprogramma tot nu toe. Er is een gemeenschap ontstaan die elkaar vertrouwt. Voor een opgave die het land veilig en leefbaar moet houden, is dat essentieel. Over je eigen grenzen heen durven kijken en met elkaar voortvarend aan de slag.’

‘Het was mooi hieraan te kunnen bijdragen. Met oprechte dank voor alle inspiratie en samenwerking wens ik u allen en Peter Glas veel succes.’