Interview met deltacommissaris Wim Kuijken

Vijf vragen aan deltacommissaris Wim Kuijken over het deltaprogramma en de rol van de deltacommissaris.

Portretfoto Wim Kuijken kleur groot

Waarom heeft het kabinet voor het Deltaprogramma een Regeringscommissaris benoemd?

‘De functie van deltacommissaris wordt verankerd in de Deltawet. Ik ben benoemd voor een periode van zeven jaar, langer dan de duur van één kabinetsperiode. Daar is bewust voor gekozen, want hierdoor maak je de Deltawerken van de toekomst minder afhankelijk van de korte termijncyclus van de politiek. Ik moet voor het kabinet het Deltaplan nieuwe stijl maken, actualiseren en aansturen. In de Deltawet krijgt de deltacommissaris bevoegdheden, waarmee hij zijn taken goed kan uitoefenen en die ook in de Deltawet worden verankerd. Dit alles maakt dat er zoveel gewicht aan de functie wordt toegekend, dat het kabinet ervoor heeft gekozen een regeringscommissaris voor het Deltaprogramma te benoemen. Ook nog een bestuurlijke vernieuwing, die aandacht zal trekken.’

Waarin onderscheidt het Deltaplan nieuwe stijl zich van wat Nederland de afgelopen jaren heeft gerealiseerd om ons land waterveilig te houden?

‘Sinds de Watersnoodramp van 1953 is er in Nederland veel gerealiseerd om het land, de bewoners en onze economie te beschermen tegen de grillen van de zee. Dat resulteerde in de Deltawerken, een geweldig waterbouwkundig project waarmee we ons internationaal op de kaart hebben gezet. In de jaren ’90 kwam de dreiging vanuit de rivieren en zijn de programma’s Maaswerken en Ruimte voor de Rivier gestart. Dijken zijn opgehoogd om herhaling te voorkomen en de rivier krijgt meer ruimte. Dat zijn echter maatregelen ná een ramp of bijna-ramp. Wat we met het Deltaplan nieuwe stijl beogen, is om mogelijke rampen voor te zijn en wel zo dat we veiligheid en ruimtelijke kwaliteit op een slimme en innovatieve manier combineren. Dat betekent dat we ook oog hebben voor natuurwaarden. Een aantal projecten is al in volle gang, want het versterken van de zwakke schakels en de rivierprojecten zijn ook onderdeel van het Deltaprogramma. Het Deltaprogramma combineert daarom het op orde krijgen van de huidige veiligheid  en het maken van plannen, zodat we goed voorbereid zijn voor de toekomst.’ 

Wat gaat Nederland het komend jaar - en daarna - merken op het gebied van het Deltaprogramma?

‘Het Deltaprogramma, het Deltaplan nieuwe stijl, bestaat zowel uit lopende projecten als uit 9 deelprogramma’s. De lopende projecten zijn natuurlijk al zichtbaar. Een goed voorbeeld zijn de zandsuppleties die voor de kust plaatsvinden en de projecten zoals de Noordwaard (Biesbosch) in ‘Ruimte voor de Rivier’.

'Van de 9 deelprogramma’s gelden 3 voor heel Nederland, de 6 andere hebben betrekking op een bepaalde regio – het IJsselmeergebied, de Wadden, de Kust, de Rivieren, Rijnmond-Drechtsteden en de Zuidwestelijke Delta. Voor 2015 zullen structurele besluiten worden voorgelegd aan de politiek over hoe we Nederland de komende eeuw tegen het water kunnen beschermen èn ervoor zorgen dat er voldoende zoetwater voorhanden is. Als bijvoorbeeld in Rotterdam plannen worden ontwikkeld voor de stadsontwikkeling in het oude havengebied, wil je weten hoe we die gebieden beschermen tegen wassend water van zee én de rivieren. Er moeten dus snel besluiten vallen om verder te kunnen in Nederland met de ruimtelijke ontwikkeling. Ook maatregelen die de zoetwatervoorziening betreffen, want we hebben een IJsselmeer dat daarin een belangrijke rol speelt en meer verzilting in de zuidwestelijke delen van het land. Een puzzel die om oplossing vraagt binnen enkele jaren. Daar ben ik dus voor.’

Een goede samenwerking tussen de vele betrokken partijen is een belangrijke voorwaarde om het Deltaprogramma te laten slagen. Hoe gaat u die samenwerking bevorderen?

‘Gemeenten, provincies, waterschappen en Rijk gaan binnen de deelprogramma’s samen aan de slag onder leiding van de betreffende projectdirecteur. De maatschappelijke organisaties worden stevig betrokken. De deltacommissaris zorgt ervoor dat het Deltaplan nieuwe stijl als geheel wordt uitgevoerd zodat delen van het programma niet op andere hoeven te wachten dan wel beslissingen worden genomen die slecht uitpakken voor anderen. Met zogenoemde  “Deltabeslissingen”, dat zijn structurerende beslissingen in het programma, zorgen we daarvoor. Een programma van deze omvang – het gaat over de veiligheid en duurzaamheid van ons land voor deze eeuw – kan alleen maar slagen als er op alle niveaus (van gemeente tot Rijksoverheid) goed wordt samengewerkt. En vergeet de andere betrokkenen niet kennisinstituten, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven en natuurlijk de burgers. Ik heb alle vertrouwen in een goede samenwerking. Ik merk dat er in Nederland een grote betrokkenheid heerst als het gaat om water. Iedereen weet goed wat de belangen zijn. We gaan vooral - dóór de formele structuren heen - samenwerken, tussen de overheden en tussen de deelprogramma's. En contact onderhouden met de vele betrokkenen in de samenleving. Nederland is dankzij het gevoel van urgentie en het werken met water groot geworden.’ 

Onze kennis op het gebied van water reikt tot ver over onze landsgrenzen. Kunnen wij ook nog van andere landen leren?

‘We hebben wereldwijd een enorme reputatie op watergebied. Onze water- en deltatechnologie zijn overal bekend. Het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstellingen staan er internationaal goed op. Maar ook de Nederlandse overheid werkt samen met landen die oplossingen zoeken voor waterproblematiek. Rijkswaterstaat werkt bijvoorbeeld intensief samen met hun collega’s in de VS en China. Nederland heeft dus genoeg te bieden. Ik kan me zelfs voorstellen dat er vanuit het buitenland met belangstelling naar het Deltaplan nieuwe stijl wordt gekeken – en misschien zelfs ook naar de functie van de deltacommissaris. Een institutionele vernieuwing als exportproduct. Het feit dat er een regeringscommissaris is voor een omvangrijk programma, dat is toch wel uniek. Maar we moeten niet alleen kennis “brengen”; wij kunnen ook leren van andere landen die op watervlak actief zijn.’